maandag 30 maart 2009

9 Tips om diervriendelijke stalsystemen te realiseren

KRACHT VAN KOEIEN
Twee weken geleden heeft de Animal Sciences Group (ASG) van Wageningen UR onder de vlag "Kracht van Koeien" vier voorbeeldontwerpen van duurzame houderijsystemen voor melkvee gepresenteerd. De ontwerpen hebben klinkende namen als De Meent, De Meent XL, De Bronck en Amstelmelk.
In de ontwerpen gaan dierenwelzijn, diergezondheid, milieu en economie hand in hand. De onderzoekers claimen dat veel meer ruimte en meer beweging voor de koeien te combineren valt met een reductie van 50 tot 75% van de uitstoot van ammoniak, broeikasgassen en nitraat, zonder dat dit ten koste gaat van het financieel resultaat. Een prima initiatief om duurzame landbouw verder in te vullen!

BINNEN 2 JAAR 5% VAN DE STALLEN INTEGRAAL DUURZAAM

Het initiatief van WUR-ASG sluit bovendien goed aan bij de ambitie van het ministerie van LNV dat in 2011 minimaal 5% van alle stallen integraal duurzaam moet zijn. Als die 5% daadwerkelijke investeringen door ondernemers betekent, dan is 2011 best een hele stevige ambitie.
De hamvraag daarbij is hoe je vanuit deze ontwerpen van duurzame stalsystemen, deze inventies, snel tot echte innovatie – lees investeringen – komt.

9 TIPS OM VAN ONTWERP TOT INVESTERING TE KOMEN
TransForum heeft samen met gepassioneerde deelnemers in diverse praktijkprojecten inmiddels de nodige ervaring met deze vraag opgedaan.
De 9 belangrijkste tips om diervriendelijke stalsystemen, daadwerkelijk te realiseren, zijn:
  1. Werk met gepassioneerde coalities, met mensen die er echt voor willen gaan

  2. Betrek zo snel mogelijk potentiële investeerders. Een wervend vergezicht alleen is niet voldoende: het ontwerp moet in voor ondernemers te behappen stappen uitgewerkt worden naar een levensvatbare business case

  3. Denk vanuit de klant en denk na over de marketing van de producten die voortkomen uit het nieuwe stalsysteem. Is het mogelijk om de meerwaarde ervan te vertalen naar concreet consument aankoopgedrag en zo ja, hoe doe je dat dan? (= onderdeel van de business case)

  4. Het ontwerp van elke nieuwe stal is locatiegebonden maatwerk. Geef als ontwerp randvoorwaarde mee dat de nieuwe stal de leefbaarheid en landschapskwaliteit van de omgeving moet verbeteren;

  5. Kijk hoe je slimme verbindingen kunt leggen met andere sectoren, bijvoorbeeld energie, recreatie, glastuinbouw en akkerbouw

  6. Betrek ook lokale en eventuele regionale overheid, niet alleen als toetser/ vergunningverlener, maar juist ook als mede-initiatief nemer of meedenker- ten aanzien van verbetering van leefbaarheid en landschapskwaliteit

  7. Betrek tegelijkertijd maatschappelijke organisaties en de directe omgeving bij de plannen. Laat ze mee ontwerpen en mee denken, samen met de andere belanghebbenden.

  8. Stap daarbij niet in de valkuil te denken dat eventuele weerstanden in de omgeving op te lossen zijn door meer informatie te verschaffen. De omgeving moet daadwerkelijk betrokken worden bij het ontwerp en de initiatiefnemers moeten hun vertrouwen verdienen

  9. Zorg voor professionele facilitatie van het groepsproces. Het is belangrijk dat er een gedeeld doel en gedeelde verantwoordelijkheid ontstaat om het einddoel te realiseren. Daarbinnen passen de individuele passies en belangen. Zo kan een verschuiving plaatsvinden van “wat doe jij opdat ik ook mijn ding kan doen” naar “wat doe ik opdat we met zijn allen zo goed mogelijk bij de eindstreep komen”.

Doe uw voordeel met deze tips. Zo brengen we met elkaar duurzame landbouw weer een stuk dichterbij.
Heeft u behoefte aan contact met ons hierover, neem dan contact op met onze projectregisseurs Anne-Claire van Altvorst of Rik Eweg. Hun contactgegevens vindt u op onze website http://www.transforum.nl/

Voor meer informatie over de vier duurzame stalsystemen kijk op de website http://www.krachtvankoeien.nl/

woensdag 25 maart 2009

Zakenvrouw van het jaar 2009 heeft duurzame landbouw hoog in het vaandel

Meiny Prins, directeur van Priva en bestuurslid van TransForum, is eergisteren uitgeroepen tot "Zakenvrouw van het jaar 2009". Dit meldt DeGroentenFruit.nl.
Prins ontving de Prix Veuve Clicquot 2009 uit handen van Europees commissaris Neelie Kroes. Annemarie Jorritsma, voorzitter van de jury, roemde Meiny Prins om haar succesvol ondernemerschap en het feit dat het bedrijf duurzaamheid hoog in het vaandel heeft staan.

Priva is actief in klimaatbeheer en procesautomatisering in de glastuinbouw en de gebouwenmarkt. In 1 op de 3 gebouwen in Nederland zit een Priva systeem. Priva ziet het als haar plicht en verantwoordelijkheid om uiterst zorgvuldig om te gaan met hulpbronnen, met natuur en het milieu. Innovatie met het oog op duurzaamheid staat hoog op de agenda van het bedrijf. Zo is het hoofdkantoor van Priva, de Priva Campus CO2 neutraal. Dat is gerealiseerd door:

  • 6000 m2 glasoppervlakte, buitengevels voorzien van superisolerend driedubbel glas

  • Een mos-/sedumbeplanting op het dak; koel in de zomer, isolerend in de winter

  • Klimaatplafonds aangestuurd door 480 stuks Priva Top Control Comforte CX en 1920 regelafsluiters

  • Langetermijn-energieopslag in de bodem met warme en koude bron

  • Dankzij warmte-terugwinning en warmtepompen geen gasverbruik

  • HF-verlichting met daglichtniveau- en aanwezigheidsregeling in de kantoren
Voor mee informatie klik op http://www.priva.nl/smartsite.dws?id=2560&subsite=2&lang=1,

MEINY PRINS BIJ "GOEDEMORGEN NEDERLAND"
Woensdag 25 maart was Meiny Prins in de uitzending van Goedemorgen Nederland.
Zij legde daarin uit dat met de intelligente systemen van Priva ondernemers energie kunnen besparen en water hergebruiken. Die milieuvriendelijke maatregelen leiden direct tot kostenbesparingen. Zij riep ondernemers op die dat in de huidige omstandigheden kunnen, vooral te blijven investeren in dit soort innovatieve systemen.

Klik voor de uitzending op http://goedemorgennederland.kro.nl/uitzending-fragment.aspx?id=200372

"GOEDEMORGEN NEDERLAND" OP BEZOEK BIJ DEELNEMER SYNERGIE PROJECT VAN TRANSFORUM
In dezelfde TV uitzending kwam orchideeenkwekerij Sion - Ruud Moor - in beeld om te laten zien hoe de klimaatsystemen van Priva in de praktijk werken. Leuk om te weten is dat Kwekerij Sion deelgenomen heeft aan het praktijkproject SynErgie van TransForum. Dat is een platform van ondernemers en onderzoekers in de glastuinbouw die de inventie van de Kas als Energiebron® uitwerken tot een werkende innovatie. Het accent ligt hier op de veranderende teeltomstandigheden die energieneutrale/energieleverende kassen met zich mee brengen en de aanpassingen die daarvoor in de bedrijfsvoering nodig zijn. Als leverancier van de intelligente systemen speelt Priva in deze verandering uiteraard ook een belangrijke rol.

Het ondernemerscollectief SynErgie heeft vanaf het begin bedrijfsleven en onderzoekers heeft betrokken, en daardoor een vruchtbare uitwisseling tussen praktijkkennis en wetenschappelijke kennis is ontstaan. SynErgie heeft geconditioneerde teelt tot een gevleugeld begrip gemaakt. Het is een prachtig bedrijfssysteem dat de belofte 'van energievragend naar energieleverend' waarmaakt. SynErgie maakt daarmee ook credo van TransForum, 'van de dingen beter doen naar betere dingen doen, tastbare werkelijkheid. En met resultaat: energiebesparende productiemethoden staan hoog op de agenda's van ministeries en maatschappelijke organisaties. Er zijn dus mogelijkheden om SynErgie verder te brengen.

Bij de afsluiting van het TransForum project in januari 2009 riep Henk van Latesteijn, directeur TransForum, op om de waarden people, planet en profit nadrukkelijker op te nemen in het business model en daarvoor samenwerking te zoeken met bijvoorbeeld Greenpeace en VROM. De handschoen werd onmiddellijk opgepakt door LTO Groeiservice, die zich bereid verklaarde om actiever mee te gaan doen. Synergie gaat nu verder onder de vlag van Kas als Energiebron, zie http://www.energiek2020.nu/in-de-praktijk/kas-als-energiebron

donderdag 19 maart 2009

Duurzame Delta Landbouw centraal op internationaal agrofood management congres


Onder de titel "Metropolitan Agriculture: Creating the New Green Revolution?" is afgelopen week een artikel van TransForum verschenen in de maandelijkse nieuwsbrief van IAMA (International Food and Agribusiness Management Association). Metropolitan Agriculture, de internationale vertaling van Duurzame Delta Landbouw, is de visie waar TransForum aan werkt als toekomstbeeld voor een meer duurzame landbouw in Nederland.
Metropolitan Agriculture is een van de speerpunten van IAMA. Tijdens de jaarlijkse IAMA conferentie, die dit jaar plaats vindt van 20 t/m 23 juni in Boedapest, zal Metropolitan Agriculture dan ook centraal in de belangstelling staan.

Tijdens deze conferentie organiseert TransForum in samenwerking met Alterra een specialse sessie over Duurzame Delta Landbouw. In deze sessie zal aan de hand van concrete business cases meer aandacht worden besteed aan de mogelijkheden van Metropolitan Agriculture. Het doel is om te demonstreren dat samenwerking tussen verschillende partijen cruciaal is voor het verwezenlijken van nieuwe businessproposities en waarden.


OOK HONGAREN ZIEN KANSEN IN METROPOLITAN AGRICULTURE
Ter voorbereiding op deze sessie is een afvaardiging van TransForum en Alterra vorige week afgereisd naar Budapest. Interessante gesprekken waren het gevolg, waarbij de principes van Metropolitan Agriculture ook op de Hongaren een enthousiasmerende werking hadden. Onder andere bij de Universiteit van Gödöllö en het Hongaarse Ministerie van Landbouw is interesse ontstaan in de mogelijkheden die Metropolitan Agriculture biedt voor de ontwikkeling van de Hongaarse landbouw: door het verbinden van verschillende producenten, sectoren, energie- en afvalstromen, stakeholders en hun waarden kan een meer duurzame landbouw worden gerealiseerd die tegemoet komt aan zowel people, planet én profit waarden. Aan de hand van dergelijke nieuwe verbindingen kan ook in Hongarije de agrarische sector een duurzaam leven in worden geblazen, en bieden agrarische activiteiten een meerwaarde voor de stedelijke omgeving. Het enthousiasme van de Hongaren heeft er toe geleid dat zij nu ook de mogelijkheden bekijken voor een project waarbij Metropolitan Agriculture het uitgangspunt is. Als dit lukt, zal het een van de business cases worden die de sessie gepresenteerd worden.

Voor het programma van het congres in Budapest klik op http://www.ifama.org/dispatch.asp?page=budapest_2009

Voor het artikel in de IAMA Nieuwsbrief klik op http://www.transforum.nl/images/stories/iama_chain_letter.pdf

dinsdag 17 maart 2009

Gevolgen van de crisis voor de landbouwsector

Verplichte kost voor iedereen die geinteresseerd is in de gevolgen van de economische crisis voor de landbouwsector: de analyse van het LEI en de brief aan de Tweede Kamer daarover van minister Verburg.

De kern van het verhaal is dat agrarische producenten niet zomaar van de een op de andere dag kunnen reageren op de wereldwijde vraaguitval. Dat leidt momenteel in een aantal sectoren tot snelle prijsdalingen. Het LEI meldt dat de melkprijs nu 31 procent lager is dan in dezelfde periode vorig jaar. Voor granen (-40 tot -50), rozen (-48 procent), chrysanten (-44 procent) en eieren (-18 procent) is de situatie ook niet rooskleurig.
Vooral exportafhankelijke producten hebben het moeilijk. Daarom bekijkt Minister Verburg momenteel o.a. of het mogelijk is de voorwaarden van exportkredietverzekeringen te verbeteren.

Bij TransForum merken we momenteel dat bedrijven kritischer zijn op de meerwaarde van het deelnemen in onze praktijkprojecten. Dat is alleen maar goed en maakt dat wij nog scherper worden op de uiteindelijke businesscase van duurzame innovaties in de agrofoodsector!

De analyse van het LEI en de brief van de Minister aan de Tweede Kamer zijn via deze link te vinden: http://www.minlnv.nl/portal/page?_pageid=116,1640321&_dad=portal&_schema=PORTAL&p_file_id=35482

woensdag 11 maart 2009

Een meer duurzame landbouw vraagt koppeling van 3P-waarden

Het innovatieprogramma TransForum is een antwoord op de behoefte aan een concrete aanpak van de noodzakelijke verduurzaming van de Nederlandse landbouwsector. Noodzakelijk omdat de landbouw een aantal hardnekkige problemen kent. Er worden steeds vaker ecologische en maatschappelijke grenzen en eisen gesteld aan de wijze van produceren en verwerken van met name dierlijke producten. De opkomst van de Partij voor de Dieren is een tastbaar bewijs van de maatschappelijke bezorgheid over dierenwelzijn.

FUNDAMENTEEL ANDERE WAARDEKETENS NODIG
Ook is de landbouw niet langer de dominante drager van het landelijk gebied. Een meer duurzame ontwikkeling van de landbouw die ook ruimte biedt aan andere waarden, wordt verlangd van de sector.
De omslag naar een meer duurzame landbouw lukt niet door in bestaande ketens verbeteringen door te voeren. Er zullen fundamenteel andere waardeketens moeten worden ontwikkeld. En die zullen gekoppeld moeten zijn. Pas dan realiseer je daadwerkelijk een nieuwe manier van agrarische productie, verwerking en afzet die zich onderscheidt door expliciet aan zowel people, planet als profit waarden aandacht te schenken. Dat is de kern van de transitie naar een meer duurzame landbouw en agrosector.

Om ervaring op te doen met deze aanpak werkt TransForum mee in zo'n 35 praktijkprojecten. Daarin werken bedrijven, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen en overheden samen aan nieuwe duurzame waardeproposities. U vindt er alles over op onze website http://www.transforum.nl/

PRAKTIJKVOORBEELDEN
Hier in deze blog kort een paar voorbeelden uit onze praktijkprojecten van koppeling van waarden:
In het project Nieuw Gemengd Bedrijf worden bedrijven dicht bij elkaar geplaatst waardoor koppeling aan nadere bedrijfstakken mogelijk wordt en CO2 uitstoot omlaag gaat. De veehouderij wordt zo vrijwel energieneutraal door benutting van reststromen. Onder invloed van TransForum is de focus verschoven van techniek en hardware naar samenwerking en organisatie. En is eraan gewerkt om de orientatie van de ondernemers meer op hun directe maatschappelijke omgeving te richten. Dat bleek bij dit vernieuwende concept een kritische succesfactor te zijn.

In het project Gulden Ei wordt in overleg met de Dierenbescherming een diervriendelijk kippenhouderijsysteem genaamd Rondeel, ontwikkeld. Onder invloed van TransForum wordt tegelijkertijd gewerkt aan het ontwikkelen van de gehele afzetketen zodat de maatschappelijke waarde ook in de markt tot waarde kan worden gebracht.

donderdag 5 maart 2009

Duurzame landbouw vraagt om samenwerking, ook internationaal

TransForum werkt samen met de Landbouwuniversiteit van São Paulo. Professor Decio Zylbersztajn van deze universiteit is lid van onze internationale adviesraad. Minister-president Balkenende was deze week op bezoek bij deze universiteit.

In zijn toespraak zei hij: "Voedsel, energie en klimaat: dat zijn de drie grote lange-termijnopgaven van onze tijd. Het is mijn diepe overtuiging dat duurzaamheid op deze drie fronten geen keuze is, maar een dwingende eis. Een duurzame toekomst draait om twee kernbegrippen: samenhang en samenwerking. Samenhang, omdat voedsel, energie en klimaat in de huidige global village communicerende vaten zijn. En samenwerking, omdat de opgaven waar we voor staan zo groot zijn, dat geen land ze alleen aankan. Brazilië niet en Nederland ook niet".

Vandaar dat TransForum internationaal samenwerkt en in haar projecten werkt aan gedeelde waardeproposities.


Hieronder kunt u de complete toespraak van onze minister-president nalezen.

Persbericht Ministerie van Algemene Zaken
03-03-2009 Toespraak van minister-president Balkenende op de Landbouwuniversiteit van São Paulo over het belang van duurzame productie van biobrandstoffen

Dames en heren,
Ongeveer vijfentachtig kilometer hier vandaan ligt de bloemenstad Holambra, een Braziliaans succesverhaal met Nederlandse wortels. Het verhaal van Holambra begint kort na de Tweede Wereldoorlog, toen enkele honderden boeren uit het verwoeste Nederland de grote oversteek waagden om hier een nieuw bestaan op te bouwen. Weg van het vertrouwde, een onzekere toekomst tegemoet, met weinig andere bagage dan de droom van een mooie toekomst. Maar in Holambra kwamen zij bepaald niet in een gespreid bedje terecht. Het begon allemaal met slechts één, nog nauwelijks ontgonnen fazenda. Er waren financiële en organisatorische problemen. De taalbarrière was enorm. De huisvesting liet veel te wensen over. Het meegebrachte Nederlandse stamboekvee bezweek al snel aan tropische ziektes. En door de onbekendheid met het land, de grond en het klimaat duurde het jaren om een succesvolle omslag te maken naar andere vormen van landbouw. Maar samen met de groeiende Braziliaanse gemeenschap in en rond Holambra zijn de Nederlanders van het eerste uur daar wel in geslaagd. En hoe! Nu, een halve eeuw later, is Holambra een begrip. De kleine Nederlandse nederzetting van toen is uitgegroeid tot een welvarende landbouwgemeenschap en het grootste centrum van bloemen en planten in Latijns-Amerika. De jaarlijkse Expoflora trekt keer op keer honderdduizenden bezoekers. Bovendien is Holambra ook dé plek in Brazilië waar bezoekers kennis kunnen maken met de Nederlandse gewoontes en cultuur. Kortom: een state of the art centrum van hoogwaardige landbouw én een toeristische trekpleister van formaat met een oranje-geel tintje. Allemaal dankzij het harde werken van een kleine groep Nederlandse pioniers en hun Braziliaanse partners. Het is een verhaal om trots op te zijn en dat ben ik ook.

Maar ik vertel het u vooral omdat de geschiedenis van Holambra bewijst dat openstaan voor nieuwe mogelijkheden, doorzettingsvermogen en een geest van samenwerking het schijnbaar onmogelijke mogelijk kunnen maken. Dat is een inspirerend voorbeeld. Voor u als toekomstige leiders in de Braziliaanse landbouwsector, maar ook voor mij en mijn internationale collega's. Kijkend naar de komende decennia staan ook wij immers voor de opdracht het schijnbaar onmogelijke mogelijk maken. Maar dan in het groot. Ik geef u drie feiten:
* Ten eerste: 800 miljoen mensen op de wereld hebben nu al honger en de wereldbevolking groeit volgens schattingen van de VN naar 9 à 10 miljard mensen in 2050. Dat zijn nog eens minimaal 2 miljard monden extra om te voeden.
* Ten tweede: de komende 25 jaar stijgt de wereldwijde vraag naar energie met 50 procent, terwijl de voorraad fossiele brandstoffen opraakt.
* En ten derde: de klimaatverandering dwingt ons om de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen drastisch te beperken.

Voedsel, energie en klimaat: dat zijn de drie grote lange-termijnopgaven van onze tijd. Het is mijn diepe overtuiging dat duurzaamheid op deze drie fronten geen keuze is, maar een dwingende eis. Laten we dat in de huidige moeilijke economische omstandigheden niet uit het oog verliezen. Het gaat bij deze thema's niet om de komende twee, vijf of tien jaar. Nee, de keuzes die wij nu maken, zijn bepalend voor de kwaliteit van leven van de generaties na ons. Die verantwoordelijkheid mogen we niet uit de weg gaan. Ik hoef in dit gezelschap waarschijnlijk nauwelijks uit te leggen dat een duurzame toekomst draait om twee kernbegrippen: samenhang en samenwerking. Samenhang, omdat voedsel, energie en klimaat in de huidige global village communicerende vaten zijn. En samenwerking, omdat de opgaven waar we voor staan zo groot zijn, dat geen land ze alleen aankan. Brazilië niet en Nederland ook niet. Tegelijkertijd is voor onze beide landen wel een voortrekkersrol weggelegd in het internationale debat over duurzaamheid en doen we er goed aan om bilateraal nog intensiever samen te werken op dit terrein. Daarover wil ik vanmiddag een paar gedachten met u delen. Allereerst Brazilië. De wereld kijkt met bewondering naar u en soms ook met ingehouden adem. Want als er één land is waarin de samenhang tussen de grote duurzaamheidsthema's concreet en actueel is, dan wel hier. Brazilië is de eerste en tot nog toe enige biobrandstof-superpower in de wereld. Vijfenzeventig procent van de wereldhandel is in Braziliaanse handen. Een groot deel van de export vindt zijn weg naar het buitenland overigens via de haven van Rotterdam; de grootste aanvoerhaven voor biobrandstoffen in Europa. Maar de grootste gebruiker bent u zelf, want driekwart van de totale productie blijft in Brazilië. Ik begrijp dat de meeste auto's hier beschikken over een flexifuel motor en dat intussen veertig procent van alle autokilometers wordt afgelegd op bio-ethanol. Dat zijn indrukwekkende cijfers. In Europa is het wagenpark bijvoorbeeld nog bijna volledig carbon based. Ook indrukwekkend zijn de cijfers over het landbouwareaal dat in gebruik is voor de productie van suikerriet voor bio-ethanol. Nu al is dat ongeveer 7,5 miljoen hectare en dat getal loopt snel op. Die groei zien we ook bij teelten als soja, een gewas dat in opkomst is als grondstof voor biobrandstoffen en dat gedijt in het klimaat van het Amazonegebied. En daar zit meteen een belangrijke reden waarom de wereld soms met ingehouden adem naar Brazilië kijkt. Want uw land herbergt zonder twijfel de grootste natuurlijke schat van de wereld: het tropisch regenwoud, de longen van de wereld. De vraag die velen zich stellen, is: wat betekent die razendsnelle ontwikkeling van de Braziliaanse landbouw voor de toekomst van het Amazonegebied? Alle deskundigen zijn het erover eens dat het behoud van biodiversiteit en het tegengaan van ontbossing in het Amazonegebied cruciaal is voor een gezonde CO2-balans op onze planeet. Die zorg en die speciale verantwoordelijkheid delen de Braziliaanse regering en de Brazilianen met de rest van de wereld. Brazilië verdient een compliment voor de plannen die recent zijn ontwikkeld om de ontbossing met kracht tegen te gaan. En het is ook goed dat een groot aantal betrokken partijen uit verschillende landen de krachten bundelt in de International Round Table on Responsible Soy. Een initiatief dat de Nederlandse regering graag ondersteunt. En dan Nederland. In oppervlakte gemeten is mijn land tweehonderd keer kleiner dan het uwe. Een kleine stip op de wereldkaart. Maar vergis u niet, want Nederland is na de Verenigde Staten de grootste landbouwexporteur ter wereld. Hoe we dat doen? Door als klein land grootse prestaties te leveren. Een gemiddelde Nederlandse koe produceert per jaar bijvoorbeeld zo'n achtduizend liter melk. En in een moderne Nederlandse tuinbouwkas is een opbrengst van tachtig kilo tomaten per vierkante meter niet ongewoon. Dat zijn spectaculaire cijfers, die we te danken hebben aan een combinatie van hoogwaardige kennis en een lange traditie van agrarisch ondernemerschap. Kennis en ervaring die we graag delen met anderen. De samenwerking tussen de universiteit van São Paulo en Wageningen University Research Centre is daarvan het levende bewijs. São Paulo en Wageningen samen is alsof Pele en Johan Cruijff in één elftal spelen. De wereldtop in biobrandstoffen gecombineerd met de wereldtop in agrarische technologie en soortveredeling - dat moet wel een kampioenschap opleveren!

Die goede contacten zijn er uiteraard ook op regeringsniveau. Vorig jaar, tijdens een bezoek van president Lula aan Den Haag, tekenden de Braziliaanse en Nederlandse regering een overeenkomst om samen te werken in de ontwikkeling van duurzame productie- en transportketens voor biobrandstoffen. Die overeenkomst sluit nauw aan bij de ambities van Nederland en de Europese Unie om in 2020 een veel schonere economie te hebben. Een van de afspraken is dat de Europese transportsector in dat jaar minimaal tien procent hernieuwbare energie moet gebruiken. Een doelstelling die zonder de biobrandstoffen onhaalbaar is. Een punt van discussie met Brazilië is dat de landen in de Europese Unie er absoluut zeker van willen zijn dat die brandstoffen ook écht duurzaam zijn geproduceerd. Dus zonder negatieve bijeffecten op mens en natuur. Biobrandstoffen die bijvoorbeeld ten koste gaan van de biodiversiteit of de lokale voedselsituatie voldoen niet aan die voorwaarde. Zoals ik al zei: de grote problemen van deze tijd hangen nauw met elkaar samen. We moeten dus niet het ene probleem oplossen door het andere grotere maken. Dat is het paard achter de wagen spannen en vandaar dat we voor de import van biobrandstoffen werken met duurzaamheidscriteria. Natuurlijk is dit in zekere zin een complicerende factor voor producenten en exporteurs. Maar nu doen wat goed is voor later is naar mijn vaste overtuiging ook een daad van verstandig economisch beleid. In de duurzaamheidscriteria schuilt namelijk niet alleen een gezamenlijke verantwoordelijkheid, maar ook een gezamenlijk economisch belang. Consumenten stellen steeds hogere eisen aan de duurzaamheid van de producten die zij kopen. Die trend zet door. Dat betekent dat een succesvolle economie ook steeds vaker een duurzame economie is. Het loont om daarin te investeren, juist nu. Landen die dat doen, komen straks, als de huidige economische crisis voorbij is, het snelst uit de startblokken. Laten we onszelf die voorsprong gunnen.

Dames en heren, Ik begon mijn verhaal met de toekomstdroom van de pioniers in Holambra. Onze droom moet zijn to harvest a sustainable future in de driehoek voedsel, energie en klimaat. Later dit jaar, op de VN klimaattop in Kopenhagen, vernieuwt de wereld de afspraken uit Kyoto. Naar mijn overtuiging zijn Brazilië en Nederland het aan hun stand verplicht om daar hun voortrekkersrol waar te maken. Want hoe verschillend onze landen ook zijn in omvang en cultuur, wat ons bindt is de kennis, kunde en ambitie om het verschil te maken. Stelt u zich eens voor, in 2050. Brazilië loopt dan nog steeds voorop in de ontwikkeling van biobrandstoffen. Suikerriet en soja zijn als grondstof al in 2020 voorbij gestreefd door biomassa uit organisch afval. Nu komt de derde generatie in beeld: biobrandstoffen uit algen en zeewier. Aan de andere kant van de oceaan ligt Europa, de grootste groene economie ter wereld en een van de belangrijkste afnemers van de Braziliaanse biobrandstoffen. De landbouwgrond die in de tussentijd is vrijgekomen, wordt intensief benut voor voedselproductie en op de wereldranglijst van landbouwexporteurs is Brazilië Nederland voorbijgestreefd. En natuurlijk runnen de landbouwuniversiteiten van Wageningen en São Paulo samen een virtuele universiteit die studenten uit de hele wereld trekt. Is dit scenario ondenkbaar? Niet minder dan de ontwikkeling en grootschalige toepassing van bio-ethanol in 1950. 'We need men who can dream of things that never were', zei John F. Kennedy ooit. Ik hoop dat u die mannen en vrouwen zult zijn, die de komende decennia durven dromen van things that never where. Alleen dan maken we het schijnbaar onmogelijke mogelijk.

Dank u wel.