maandag 5 oktober 2009

Doorbraak agroparken in Gelderland

Gedeputeerde Staten van Gelderland heeft een plan gelanceerd om 10 tot 12 grote veehouderijen te vestigen op ‘agro-industrieterreinen’. Daarmee loopt Gelderland voorop in Nederland en levert zij een belangrijke bijdrage aan verduurzaming van de Nederlandse voedselproductie en behoud van het Gelderse landschap.

FORSE DUURZAAMHEIDSWINST DOOR COMBINATIES VAN BEDRIJVEN
Door de eis te stellen dat alleen combinaties van agrobedrijven toegestaan zijn op dit soort terreinen, bevordert zij de duurzaamheid omdat bedrijven energie, afval en voedselstromen van elkaar kunnen gaan gebruiken. Daardoor kunnen nieuwe, duurzame kringlopen ontstaan die een forse milieuwinst opleveren. Het is belangrijk dat daarbij niet alleen gekeken wordt naar verbindingen binnen de agro-ector, maar ook verbindingen gelegd worden tussen de agro- en niet- agrosector.
Het TransForumproject ‘Biopark Gent-Terneuzen’ heeft bijvoorbeeld aangetoond hoe samenwerking tussen glastuinders, een kunstmestproducent en een biomassavergister belangrijke voordelen voor de bedrijven en het milieu kan opleveren.
Het ontwerp van het ‘Nieuw Gemengd Bedrijf’ in Horst laat zien hoe ditzelfde kan door combinatie van pluimveehouderij, varkenshouderij, biomassavergisting en de productie van champignoncompost.

VOORKOM 'WILDE VESTIGING' VAN GROTE AGROBEDRIJVEN
Om de realisatie van de agro-industrieterreinen ook van meerwaarde voor het Gelderse landschap te laten zijn, is het belangrijk dat GS tegelijkertijd de ‘wilde vestiging’ van grote agrobedrijven in de groene ruimte aan banden legt en actief aan de slag gaat met de verplaatsing van schaalvergrotende en intensiverende bedrijven en stimuleert dat zij met andere bedrijven gaan clusteren op de nieuwe agro-industrieterreinen. Kortom, een actieve rol voor de provincie in de omvorming van de agrosector.
Dat de provincie Gelderland hiertoe in staat is laat zij zien in het project ‘Greenport Betuwse Bloem’, waarin zij actief participeert om de aanwezige tuinbouwclusters meerwaarde te geven voor de thema’s energie, landschap en logistiek. Wat in dat project opvalt is de grote bestuurlijke collegialiteit waarin het provinciebestuur samenwerkt: de ontwikkelingsmaatschappij Oost NV, die onder de economische ‘koker’ valt, werkt in het landelijk gebied (weer een andere koker) aan milieu en regionale ontwikkeling (nog meer andere kokers). Waar in sommige andere provincies de provinciale verkokering een van de belangrijkste belemmeringen voor regionale ontwikkelingsprocessen blijkt, is dat in Gelderland niet het geval.

Hulde dus voor het in gang zetten van dit beleid, dat perfect past in de TransForum visie ‘Metropolitane Landbouw’ Bekijk dit filmpje daarover op You Tube:




Rik Eweg,
Projectregisseur TransForum

dinsdag 29 september 2009

Nieuw Project Mainport-Greenport stevig van start


Op 18 september startte het TransForum-project Mainport-Greenport met een leerzame excursie door de haven van Rotterdam en de Westland-Oostland Greenport. Doel van het project is de ontwikkeling van een langetermijnvisie voor het gebied. Dit door te zoeken naar agro-gerelateerde duurzaamheidsslagen. Het Xplorelab (het innnovatieplatform van de Provincie Zuid-Holland) is trekker van het project en heeft een dertigtal genodigden uit overheid, bedrijfsleven, maatschappij en kennispartijen meegenomen op deze zoektocht naar de agrobasis van het Mainport-Greenport-Complex. Ik had op die dag als projectleider de rol van gastheer.

GROEIENDE ROL BIOBASED
's Ochtend bezochten we per boot de Rotterdamse haven. Hier zagen we de groeiende rol van ‘biobased’ in industriële processen: steeds meer proces-industrie gaat, geheel of gedeeltelijk op plantaardige bronnen (zoals palmzaad en biomassa) over. De verschillende partners ,zoals het Havenbedrijf Rotterdam, Milieufederatie en de TUDelft, hielden op de boot presentaties en er werden pittige discussies gevoerd over de relatie tussen de bio-based transitie en de mondiale voedselvraag.

NOG WEINIG ONDERLINGE KENNISUITWISSELING
In de middag bezochten we in de Greenport Westland-Oostland de gesloten kas van Prominent, Flora Holland en het Improvement Centre in Bleiswijk. In de avond is het geheel afgesloten met een bezoek aan het Rotterdams Oogstfestival.
Het viel de deelnemers op dat in beide economische clusters (Mainport én Greenport) innovatie en duurzaamheid belangrijke onderwerpen zijn, maar dat hierover nog weinig onderlinge kennisuitwisseling plaatsvindt. Er valt veel te winnen door (rest)stromen, energie en informatie uit beide clusters beter uit te wisselen en aan elkaar te koppelen.

KANSEN TE OVER
Interessant bestaand voorbeeld is het Fresh-corridor-project, waar producten uit de Greenport, door containerisatie vervolgens in de mainport verder wordt verwerkt. En natuurlijk de levering van CO2.vanuit de haven richting de Greenport. Dit laatste kan nog op veel punten verbeteren, zowel op leveringszekerheid, als capaciteit. Nu wordt slecht een klein percentage van de totale Mainport-productie gebruikt voor levering aan de Greenport, en is slechts een minderheid van de tuinders aangesloten. In termen van CO2 emmissie-reductiedoelen liggen daar kansen, ook in combinatie met tijdelijke ondergrondse opslag. Maar je kunt ook denken aan mineralenstromen de andere kant op, dus vanuit het gesloten watersysteem van de glastuinbouw, richting het productieprocessen in de Mainport van bijvoorbeeld PVC of chloor. De schaal en omvang van het Mainport-comlex heeft velen verbaasd. Dit geeft kansen, voor bijvoorbeeld mogelijke vestiging van de eveneens steeds industriëler en grootschaliger wordende glastuinbouw. Bij de bezochte tuinders was hiervoor zeker animo.

RELEVANT IN METROPOLITANE LANDBOUW VISIE
Conclusie van de dag was dat een toekomstige samenkomen van de Mainport en de Greenport, een relevant ontwikkeling zal zijn binnen het palet van de TransForum-visie op duurzame landbouw: ‘Metropolitan Agriculture’. Aan de andere kant van het spectrum in dit palet staan de steekproducten en stadslandbouw, zoals een kleine delegatie van de totale groep dat ’s avonds en de volgende dag heeft kunnen zien en proeven op het Rotterdamse Oogstfestival. Juist over deze kant van het spectrum zal binnenkort een complementair Xplorelab /TransForum project starten, Green and the City. Ook hiervoor staat een boeiende excursie door het aanpalende groene gebied, Hof van Delfland, op het programma Al met al een geslaagde start van het project, en dit smaakt zeker naar meer.

Marco van Steekelenburg
Projectleider Mainport-Greenport

dinsdag 15 september 2009

Omarm de Zilte Toekomst

In het kader van de Dag van de Duurzaamheid op 09.09.09 is dit filmpje gemaakt waarin Marc van Rijsselberghe uitlegt waarom hij het in het kader van een duurzame landbouw zo belangrijk vindt dat er zilte gewassen beschikbaar komen.

TransForum ondersteunt deze koploper via twee projecten: Zilte Landbouw en Zilte Proeftuin.




De Zilte Proeftuin is letterlijk en figuurlijk een proeftuin. Op duurzame, innovatieve wijze wordt geëxperimenteerd met de teelt van zilte gewassen en de afzet en informatie aan een breed publiek van particulieren en bedrijven. TransForum helpt de proeftuin verbinden met een breed netwerk in de agrosector, waardoor er meer interesse, publiciteit en excursies zullen komen. Het zien en proeven van de producten, gecombineerd met de informatie van een tentoonstelling, maakt de verbanden tussen (zilt) water, productie, voedsel en landschap zichtbaar, voelbaar, proefbaar en genietbaar.

Met behulp van de Duurzaam rendement methode wordt de meerwaarde van duurzame ingrepen zoals in dit geval zilte landbouw, geëvalueerd en inzicht verkregen in de mogelijkheden om deze ingrepen financierbaar en rendabel te maken. Niet alleen de zilte landbouwproducten zelf maar ook de combinaties van bedrijf en omgeving worden geanalyseerd. Daarbij wordt gekeken naar de mogelijkheden en voorwaarden in het gebied en in de productieketen voor een rendabele productie.

maandag 14 september 2009

Koeien verwarmen woonwijk

Vlakbij Leeuwarden wordt woonwijk 'De Zuidlanden' verwarmd en van groene stroom voorzien d.m.v. biogas uit koeiemest.

Kijk voor meer informatie op:

http://www.new-energy.tv/proef_tv_sponsors/essent_warmte_koeien_verwarmen_woonwijk/essent_warmte_koeien_verwarmen_woonwijk.html

dinsdag 2 juni 2009

Tips voor Zorgboeren


Maak tijd vrij voor scholing en training. Dat was het belangrijkste advies dat zorgboeren kregen tijdens de workshop die TransForum organiseerde op de Dag van de Zorglandbouw op 21 april. Het advies was er een in een lange rij van kansen, belemmeringen en oplossingstrategieën die werden genoemd tijdens de drukbezochte workshop.

VAN BOER NAAR ONDERNEMER
Een zorgboer is in feite een ondernemer met een ‘nieuw’ product, waarvoor nieuwe kennis en competenties nodig zijn. Hij of zij zal de traditionele focus op (zorg)landbouw moeten verleggen naar innovatie van het bedrijf, en het onderhouden van het netwerk.

Ondernemen in de zorglandbouw betekent ook: onderhandelen met grote partners als zorginstellingen en overheden. Dat is te leren. Dat geldt ook voor voorlichting en productmarketing, en het verbeteren van het aanbod.
Suggesties op dat vlak waren:

  1. Maak een keuze voor een duidelijk profiel. Specialiseer bijvoorbeeld op autisme of kies meerdere doelgroepen.

  2. Sluit zoveel mogelijk aan bij de doelstellingen en vragen in de zorg. Dit vereist dat je je verdiept in de vraag. Dan kun je bijvoorbeeld een aanvullend aanbod voor jeugdzorg ontwikkelen, je richten op arbeidsmarkt-toeleidingsbeleid, of crisisopvang aanbieden

  3. Speel in op trends als de toenemende behoefte aan zorg, interesse voor de natuur, het ervaren van de seizoensritmes, kleinschaligheid of persoonlijke aandacht.

  4. Bij ondernemerschap hoort ook het in systematisch in kaart brengen van potentiële financieringsbronnen, zoals EU gelden voor plattelandsontwikkeling, participatiebudgetten en franchise formules.

  5. Om omwonenden, overheden en zorginstellingen te overtuigen, zal de zorgboer zijn maatschappelijke meerwaarde moeten aantonen. Dan wordt de houding "Please in my backyard" in plaats van "niet in mijn achtertuin" (ook wel aangeduid als het NIMBY fenomeen, not in my backyard).

NAAR EEN NIEUWE BEDRIJFSTAK
Zorglandbouw ontwikkelt zich tot een nieuwe bedrijfstak, die zich nog verder moet organiseren. Dat kan door samenwerking met andere vormen van zorg, bijvoorbeeld door naast dagbesteding ook behandeling aan te bieden, toeleidingstrajecten naar de arbeidsmarkt, of samenwerking met opleidingsinstituten. Onderlinge samenwerking is te realiseren door intervisie met collega’s, met meerdere zorgboeren één pakket aanbieden, een vakblad voor kennisuitwisseling, en een informatieloket voor startende zorgboeren. Financiële steun van de overheid is daarbij welkom. Tenslotte is er behoefte aan regie op de keten van client-zorginstelling-zorgboer door een ‘ketenregisseur’, dat kan een bemiddelende organisatie zijn, maar ook een regionaal cluster van zorgboeren of een zorginstelling.

WET VAN DE REMMENDE VOORSPRONG

De zorglandbouw is een nieuw fenomeen, waar de wetgeving niet op is toegesneden. Om een betrouwbare partner te zijn en ondernemers een basis voor hun investeringsplannen te geven, moet de overheid consistent zijn in regelgeving en continuïteit van zorgbudgetten. Maar de verantwoordelijkheden worden lokaal en landelijk nog te vaak heen en weer geschoven. Zorgkantoren zijn slecht bereikbaar en hanteren verschillende strategieën. Bestemmingsplannen en lange wijzigingsprocedures vormen grote belemmeringen, net als de regels over dierziektes die gevaar kunnen opleveren voor cliënten. Om de overheid te helpen, kunnen ondernemers zelf businessplannen ontwikkelen, waarin ook voorstellen voor aanpassingen in wetgeving worden gedaan.

De volledige resultaten van de TransForum workshop zijn te vinden op http://www.transforum.nl/content/view/247/71/lang,nl/

Tijdens de TransForum workshop werd het boekje “Please in my backyard’ gepresenteerd, waarin aan de hand van de “Integrated Care Community’ Parc Hoogveld te Sittard, de mogelijkheden voor realisatie van ‘Integrated Communities’ in het landelijk gebied worden besproken. Dit boekje is als pdf te downloaden op eerdergenoemde website.

Meer informatie over de zorglandbouwactiveiten van TransForum op http://www.transforum.nl/ of neem contact op met Rik Eweg, eweg@transforum.nl

donderdag 9 april 2009

Unliky Allies werken aan de 21st Century Agricultural Revolution

Van 18 tot 20 maart 2009 kwam een groep van ongeveer 270 geïnteresseerden bij elkaar in Lansdowne, Virginia om samen te werken aan een nieuwe aanpak van duurzame landbouw. Leden van het Sustainable Food Lab, het SAI-platform en The Keystone Center kwamen bijeen onder de titel "Growing a 21st Century Agricultural Revolution". In een aantal sessies verkenden de deelnemers hoe er effectief samengewerkt kan worden aan duurzame ontwikkeling in de landbouw.

TransForum was door de organisatie gevraagd om op twee manieren een bijdrage te leveren. We fungeerden als gastheer van een zogenoemde Topic Table waarin we de mogelijkheden van Metropolitan Agriculture hebben besproken met een aantal geïnteresseerden. En we hebben bijgedragen aan een strategie sessie met als titel "Unlikely Allies: Improving supply chains through partnerships among businesses, NGO's and the public sector".

WERKWIJZE TRANSFORUM GEBASEERD OP GEDACHTENGOED PETER SENGE
Samen met Peter Senge (zie foto), de auteur van management bestsellers als "The Fifth Discipline" en "The Necessary Revolution" werd er gesproken over de wijze waarop binnen TransForum wordt samengewerkt tussen kennisinstellingen, overheden, maatschappelijke groepen en bedrijven. Henk van Latesteijn (zie foto), directeur van TransForum, introduceerde die manier van werken aan de hand van het project Nieuw Gemengd Bedrijf en legde de zaal de vraag voor hoe je vanaf het begin van een dergelijk project niet alleen de keten, maar ook het relevante netwerk op een goede manier kan inschakelen. Dat leverde een levendige discussie op, waarin vooral veel hands-on ervaring werd uitgewisseld.

Het contact met Peter Senge is ontstaan doordat steeds duidelijker wordt dat de manier waarop TransForum aan het realiseren van een meer duurzame landbouw werkt, grote overeenkomsten vertoont met de wijze waarop Senge beschrijft hoe veranderingen tot stand gebracht kunnen worden.



In zijn optiek moeten er bij veranderingen ten minste drie hoekpunten van een driehoek goed worden ingevuld (zie het plaatje hierboven) te weten: 1. de guiding ideas: de visie, 2. de tools & methods: de aanpak en 3. de innovation infra structure.
En dat is precies wat er in het innovatieprogramma TransForum gebeurt:
  1. Met de ontwikkeling van het concept Metropolitan Agriculture (en de Nederlandse vertaling ervan: Duurzame Delta Landbouw) wordt getracht een samenbindend guiding idea - een visie - te realiseren.
  2. Door te laten zien dat we in nieuwe samenwerkingsverbanden in staat zijn concepten te ontwikkelen tot werkende bedrijfsmodellen die meer rendement opleveren en tegelijkertijd de impact op het milieu verlagen en aspecten als dierenwelzijn en arbeidsomstandigheden verbeteren. Dat doen we door met elkaar een nieuwe manier van samenwerken te ontwikkelen - gedeelde waardeontwikkeling- waarmee overdraagbare tools & methoden zijn beschreven: dat is de aanpak.
  3. En door dat in een groot aantal niche experimenten uit te voeren realiseren we een innovatie infra structuur die tot een optimaal resultaat leidt.

De samenwerking met Senge c.s. zullen we daarom voortzetten. We houden u op de hoogte...!

zaterdag 4 april 2009

Metropolitan Agriculture prominent in India’s ‘Chennai Declaration’


Op initiatief van de M.S. Swaminathan Research Foundation (MSSRF) werd van 14 tot 16 maart in Chennai, India de multi-stakeholder dialoog ‘Attracting and Attaining Youth in Farming’ gehouden.
De resultaten van deze bijeenkomst zijn verwerkt in de ‘Chennai Declaration’, welke op 16 maart door prof. Swaminathan, een van de grondleggers van de Groene Revolutie en Indiaas Parlementslid, werd aangeboden aan Dr. V.P. Chopra, vice-voorzitter van de Planning Committee van de Indiase Nationale Overheid. Het thema ‘Metropolitan Agriculture’ dat door vertegenwoordigers van TransForum en Wageningen UR tijdens deze dialoog is gepresenteerd, heeft een prominente plek in deze Chennai Declaration gekregen.

ZUIGINGSKRACHT INDIASE STEDEN LEIDT TOT PROBLEMEN IN VOEDSELVOORZIENING
De multi-stakeholder dialoog is opgezet door MSSRF om enkele problemen waar het Indiase landbouwsysteem mee geconfronteerd wordt, te adresseren en te agenderen. India kent een zeer snelle urbanisatie, resulterend in het ontstaan van grote metropolen. Veel (jonge) rurale boeren trekken naar de stad, op zoek naar een toekomst in IT, industrie of dienstverlening en daarmee ook de landbouw achter zich latend. Door de ontwikkeling van metropolen ontstaat een snel groeiende middenklasse in India die behoefte heeft aan voldoende, veilig en kwalitatief goed voedsel. In die behoefte wordt echter maar zeer ten dele door binnenlandse productie voorzien, resulterend in een snel groeiende import van voedsel. De dialoog richtte zich op die spagaat: welke uitdagingen dienen opgepakt te worden om ‘farming’ weer tot een aantrekkelijk perspectief voor jonge ondernemers te maken.

VERBINDEN VAN METROPOLITANE VRAAG EN PLATTELAND BIEDT KANSEN
TransForum is door MSSRF gevraagd om te participeren in deze dialoog. Ajay Parida, executive director van MMSRF: ‘In India farming is often looked upon from the perspective of smallhold rural farmers. The vision of TransForum on Metropolitan Agriculture presents a different perspective: looking at the agrofood-system from the perspective of the Metropolitan consumer. Experiences from TransForum and Wageningen UR have learned us that linking these perspectives, by really connecting or even integrating rural and urban, creates many new perspectives for a sustainability jump of Indian agriculture.’
Vanuit TransForum waren prof. Johan Bouma, voorzitter van de TransForum Advisory Board en Sander Mager, programma manager aanwezig. Ook Peter Smeets en Madeleine van Mansfeld die vanuit Wageningen UR werken aan de realisatie van Intelligente Agrologistieke Netwerken en Rural Transformation Centres gaven presentaties tijdens deze dialoog. Onder de ongeveer 100 deelnemers waren o.a. dr. Gavin Wall (FAO), dr. Sunil Pandey (IRRI), Kalyan Chakravorthy (YesBank), dr. S.A. Patil (directeur Indian Agriculture Research Institute) en dr. T. Ramasami (Secretaris Generaal Ministry for Science & Technology).

Meer informatie op http://www.mssrf.org/ of neem contact op met Sander Mager: mager@transforum.nl

maandag 30 maart 2009

9 Tips om diervriendelijke stalsystemen te realiseren

KRACHT VAN KOEIEN
Twee weken geleden heeft de Animal Sciences Group (ASG) van Wageningen UR onder de vlag "Kracht van Koeien" vier voorbeeldontwerpen van duurzame houderijsystemen voor melkvee gepresenteerd. De ontwerpen hebben klinkende namen als De Meent, De Meent XL, De Bronck en Amstelmelk.
In de ontwerpen gaan dierenwelzijn, diergezondheid, milieu en economie hand in hand. De onderzoekers claimen dat veel meer ruimte en meer beweging voor de koeien te combineren valt met een reductie van 50 tot 75% van de uitstoot van ammoniak, broeikasgassen en nitraat, zonder dat dit ten koste gaat van het financieel resultaat. Een prima initiatief om duurzame landbouw verder in te vullen!

BINNEN 2 JAAR 5% VAN DE STALLEN INTEGRAAL DUURZAAM

Het initiatief van WUR-ASG sluit bovendien goed aan bij de ambitie van het ministerie van LNV dat in 2011 minimaal 5% van alle stallen integraal duurzaam moet zijn. Als die 5% daadwerkelijke investeringen door ondernemers betekent, dan is 2011 best een hele stevige ambitie.
De hamvraag daarbij is hoe je vanuit deze ontwerpen van duurzame stalsystemen, deze inventies, snel tot echte innovatie – lees investeringen – komt.

9 TIPS OM VAN ONTWERP TOT INVESTERING TE KOMEN
TransForum heeft samen met gepassioneerde deelnemers in diverse praktijkprojecten inmiddels de nodige ervaring met deze vraag opgedaan.
De 9 belangrijkste tips om diervriendelijke stalsystemen, daadwerkelijk te realiseren, zijn:
  1. Werk met gepassioneerde coalities, met mensen die er echt voor willen gaan

  2. Betrek zo snel mogelijk potentiële investeerders. Een wervend vergezicht alleen is niet voldoende: het ontwerp moet in voor ondernemers te behappen stappen uitgewerkt worden naar een levensvatbare business case

  3. Denk vanuit de klant en denk na over de marketing van de producten die voortkomen uit het nieuwe stalsysteem. Is het mogelijk om de meerwaarde ervan te vertalen naar concreet consument aankoopgedrag en zo ja, hoe doe je dat dan? (= onderdeel van de business case)

  4. Het ontwerp van elke nieuwe stal is locatiegebonden maatwerk. Geef als ontwerp randvoorwaarde mee dat de nieuwe stal de leefbaarheid en landschapskwaliteit van de omgeving moet verbeteren;

  5. Kijk hoe je slimme verbindingen kunt leggen met andere sectoren, bijvoorbeeld energie, recreatie, glastuinbouw en akkerbouw

  6. Betrek ook lokale en eventuele regionale overheid, niet alleen als toetser/ vergunningverlener, maar juist ook als mede-initiatief nemer of meedenker- ten aanzien van verbetering van leefbaarheid en landschapskwaliteit

  7. Betrek tegelijkertijd maatschappelijke organisaties en de directe omgeving bij de plannen. Laat ze mee ontwerpen en mee denken, samen met de andere belanghebbenden.

  8. Stap daarbij niet in de valkuil te denken dat eventuele weerstanden in de omgeving op te lossen zijn door meer informatie te verschaffen. De omgeving moet daadwerkelijk betrokken worden bij het ontwerp en de initiatiefnemers moeten hun vertrouwen verdienen

  9. Zorg voor professionele facilitatie van het groepsproces. Het is belangrijk dat er een gedeeld doel en gedeelde verantwoordelijkheid ontstaat om het einddoel te realiseren. Daarbinnen passen de individuele passies en belangen. Zo kan een verschuiving plaatsvinden van “wat doe jij opdat ik ook mijn ding kan doen” naar “wat doe ik opdat we met zijn allen zo goed mogelijk bij de eindstreep komen”.

Doe uw voordeel met deze tips. Zo brengen we met elkaar duurzame landbouw weer een stuk dichterbij.
Heeft u behoefte aan contact met ons hierover, neem dan contact op met onze projectregisseurs Anne-Claire van Altvorst of Rik Eweg. Hun contactgegevens vindt u op onze website http://www.transforum.nl/

Voor meer informatie over de vier duurzame stalsystemen kijk op de website http://www.krachtvankoeien.nl/

woensdag 25 maart 2009

Zakenvrouw van het jaar 2009 heeft duurzame landbouw hoog in het vaandel

Meiny Prins, directeur van Priva en bestuurslid van TransForum, is eergisteren uitgeroepen tot "Zakenvrouw van het jaar 2009". Dit meldt DeGroentenFruit.nl.
Prins ontving de Prix Veuve Clicquot 2009 uit handen van Europees commissaris Neelie Kroes. Annemarie Jorritsma, voorzitter van de jury, roemde Meiny Prins om haar succesvol ondernemerschap en het feit dat het bedrijf duurzaamheid hoog in het vaandel heeft staan.

Priva is actief in klimaatbeheer en procesautomatisering in de glastuinbouw en de gebouwenmarkt. In 1 op de 3 gebouwen in Nederland zit een Priva systeem. Priva ziet het als haar plicht en verantwoordelijkheid om uiterst zorgvuldig om te gaan met hulpbronnen, met natuur en het milieu. Innovatie met het oog op duurzaamheid staat hoog op de agenda van het bedrijf. Zo is het hoofdkantoor van Priva, de Priva Campus CO2 neutraal. Dat is gerealiseerd door:

  • 6000 m2 glasoppervlakte, buitengevels voorzien van superisolerend driedubbel glas

  • Een mos-/sedumbeplanting op het dak; koel in de zomer, isolerend in de winter

  • Klimaatplafonds aangestuurd door 480 stuks Priva Top Control Comforte CX en 1920 regelafsluiters

  • Langetermijn-energieopslag in de bodem met warme en koude bron

  • Dankzij warmte-terugwinning en warmtepompen geen gasverbruik

  • HF-verlichting met daglichtniveau- en aanwezigheidsregeling in de kantoren
Voor mee informatie klik op http://www.priva.nl/smartsite.dws?id=2560&subsite=2&lang=1,

MEINY PRINS BIJ "GOEDEMORGEN NEDERLAND"
Woensdag 25 maart was Meiny Prins in de uitzending van Goedemorgen Nederland.
Zij legde daarin uit dat met de intelligente systemen van Priva ondernemers energie kunnen besparen en water hergebruiken. Die milieuvriendelijke maatregelen leiden direct tot kostenbesparingen. Zij riep ondernemers op die dat in de huidige omstandigheden kunnen, vooral te blijven investeren in dit soort innovatieve systemen.

Klik voor de uitzending op http://goedemorgennederland.kro.nl/uitzending-fragment.aspx?id=200372

"GOEDEMORGEN NEDERLAND" OP BEZOEK BIJ DEELNEMER SYNERGIE PROJECT VAN TRANSFORUM
In dezelfde TV uitzending kwam orchideeenkwekerij Sion - Ruud Moor - in beeld om te laten zien hoe de klimaatsystemen van Priva in de praktijk werken. Leuk om te weten is dat Kwekerij Sion deelgenomen heeft aan het praktijkproject SynErgie van TransForum. Dat is een platform van ondernemers en onderzoekers in de glastuinbouw die de inventie van de Kas als Energiebron® uitwerken tot een werkende innovatie. Het accent ligt hier op de veranderende teeltomstandigheden die energieneutrale/energieleverende kassen met zich mee brengen en de aanpassingen die daarvoor in de bedrijfsvoering nodig zijn. Als leverancier van de intelligente systemen speelt Priva in deze verandering uiteraard ook een belangrijke rol.

Het ondernemerscollectief SynErgie heeft vanaf het begin bedrijfsleven en onderzoekers heeft betrokken, en daardoor een vruchtbare uitwisseling tussen praktijkkennis en wetenschappelijke kennis is ontstaan. SynErgie heeft geconditioneerde teelt tot een gevleugeld begrip gemaakt. Het is een prachtig bedrijfssysteem dat de belofte 'van energievragend naar energieleverend' waarmaakt. SynErgie maakt daarmee ook credo van TransForum, 'van de dingen beter doen naar betere dingen doen, tastbare werkelijkheid. En met resultaat: energiebesparende productiemethoden staan hoog op de agenda's van ministeries en maatschappelijke organisaties. Er zijn dus mogelijkheden om SynErgie verder te brengen.

Bij de afsluiting van het TransForum project in januari 2009 riep Henk van Latesteijn, directeur TransForum, op om de waarden people, planet en profit nadrukkelijker op te nemen in het business model en daarvoor samenwerking te zoeken met bijvoorbeeld Greenpeace en VROM. De handschoen werd onmiddellijk opgepakt door LTO Groeiservice, die zich bereid verklaarde om actiever mee te gaan doen. Synergie gaat nu verder onder de vlag van Kas als Energiebron, zie http://www.energiek2020.nu/in-de-praktijk/kas-als-energiebron

donderdag 19 maart 2009

Duurzame Delta Landbouw centraal op internationaal agrofood management congres


Onder de titel "Metropolitan Agriculture: Creating the New Green Revolution?" is afgelopen week een artikel van TransForum verschenen in de maandelijkse nieuwsbrief van IAMA (International Food and Agribusiness Management Association). Metropolitan Agriculture, de internationale vertaling van Duurzame Delta Landbouw, is de visie waar TransForum aan werkt als toekomstbeeld voor een meer duurzame landbouw in Nederland.
Metropolitan Agriculture is een van de speerpunten van IAMA. Tijdens de jaarlijkse IAMA conferentie, die dit jaar plaats vindt van 20 t/m 23 juni in Boedapest, zal Metropolitan Agriculture dan ook centraal in de belangstelling staan.

Tijdens deze conferentie organiseert TransForum in samenwerking met Alterra een specialse sessie over Duurzame Delta Landbouw. In deze sessie zal aan de hand van concrete business cases meer aandacht worden besteed aan de mogelijkheden van Metropolitan Agriculture. Het doel is om te demonstreren dat samenwerking tussen verschillende partijen cruciaal is voor het verwezenlijken van nieuwe businessproposities en waarden.


OOK HONGAREN ZIEN KANSEN IN METROPOLITAN AGRICULTURE
Ter voorbereiding op deze sessie is een afvaardiging van TransForum en Alterra vorige week afgereisd naar Budapest. Interessante gesprekken waren het gevolg, waarbij de principes van Metropolitan Agriculture ook op de Hongaren een enthousiasmerende werking hadden. Onder andere bij de Universiteit van Gödöllö en het Hongaarse Ministerie van Landbouw is interesse ontstaan in de mogelijkheden die Metropolitan Agriculture biedt voor de ontwikkeling van de Hongaarse landbouw: door het verbinden van verschillende producenten, sectoren, energie- en afvalstromen, stakeholders en hun waarden kan een meer duurzame landbouw worden gerealiseerd die tegemoet komt aan zowel people, planet én profit waarden. Aan de hand van dergelijke nieuwe verbindingen kan ook in Hongarije de agrarische sector een duurzaam leven in worden geblazen, en bieden agrarische activiteiten een meerwaarde voor de stedelijke omgeving. Het enthousiasme van de Hongaren heeft er toe geleid dat zij nu ook de mogelijkheden bekijken voor een project waarbij Metropolitan Agriculture het uitgangspunt is. Als dit lukt, zal het een van de business cases worden die de sessie gepresenteerd worden.

Voor het programma van het congres in Budapest klik op http://www.ifama.org/dispatch.asp?page=budapest_2009

Voor het artikel in de IAMA Nieuwsbrief klik op http://www.transforum.nl/images/stories/iama_chain_letter.pdf

dinsdag 17 maart 2009

Gevolgen van de crisis voor de landbouwsector

Verplichte kost voor iedereen die geinteresseerd is in de gevolgen van de economische crisis voor de landbouwsector: de analyse van het LEI en de brief aan de Tweede Kamer daarover van minister Verburg.

De kern van het verhaal is dat agrarische producenten niet zomaar van de een op de andere dag kunnen reageren op de wereldwijde vraaguitval. Dat leidt momenteel in een aantal sectoren tot snelle prijsdalingen. Het LEI meldt dat de melkprijs nu 31 procent lager is dan in dezelfde periode vorig jaar. Voor granen (-40 tot -50), rozen (-48 procent), chrysanten (-44 procent) en eieren (-18 procent) is de situatie ook niet rooskleurig.
Vooral exportafhankelijke producten hebben het moeilijk. Daarom bekijkt Minister Verburg momenteel o.a. of het mogelijk is de voorwaarden van exportkredietverzekeringen te verbeteren.

Bij TransForum merken we momenteel dat bedrijven kritischer zijn op de meerwaarde van het deelnemen in onze praktijkprojecten. Dat is alleen maar goed en maakt dat wij nog scherper worden op de uiteindelijke businesscase van duurzame innovaties in de agrofoodsector!

De analyse van het LEI en de brief van de Minister aan de Tweede Kamer zijn via deze link te vinden: http://www.minlnv.nl/portal/page?_pageid=116,1640321&_dad=portal&_schema=PORTAL&p_file_id=35482

woensdag 11 maart 2009

Een meer duurzame landbouw vraagt koppeling van 3P-waarden

Het innovatieprogramma TransForum is een antwoord op de behoefte aan een concrete aanpak van de noodzakelijke verduurzaming van de Nederlandse landbouwsector. Noodzakelijk omdat de landbouw een aantal hardnekkige problemen kent. Er worden steeds vaker ecologische en maatschappelijke grenzen en eisen gesteld aan de wijze van produceren en verwerken van met name dierlijke producten. De opkomst van de Partij voor de Dieren is een tastbaar bewijs van de maatschappelijke bezorgheid over dierenwelzijn.

FUNDAMENTEEL ANDERE WAARDEKETENS NODIG
Ook is de landbouw niet langer de dominante drager van het landelijk gebied. Een meer duurzame ontwikkeling van de landbouw die ook ruimte biedt aan andere waarden, wordt verlangd van de sector.
De omslag naar een meer duurzame landbouw lukt niet door in bestaande ketens verbeteringen door te voeren. Er zullen fundamenteel andere waardeketens moeten worden ontwikkeld. En die zullen gekoppeld moeten zijn. Pas dan realiseer je daadwerkelijk een nieuwe manier van agrarische productie, verwerking en afzet die zich onderscheidt door expliciet aan zowel people, planet als profit waarden aandacht te schenken. Dat is de kern van de transitie naar een meer duurzame landbouw en agrosector.

Om ervaring op te doen met deze aanpak werkt TransForum mee in zo'n 35 praktijkprojecten. Daarin werken bedrijven, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen en overheden samen aan nieuwe duurzame waardeproposities. U vindt er alles over op onze website http://www.transforum.nl/

PRAKTIJKVOORBEELDEN
Hier in deze blog kort een paar voorbeelden uit onze praktijkprojecten van koppeling van waarden:
In het project Nieuw Gemengd Bedrijf worden bedrijven dicht bij elkaar geplaatst waardoor koppeling aan nadere bedrijfstakken mogelijk wordt en CO2 uitstoot omlaag gaat. De veehouderij wordt zo vrijwel energieneutraal door benutting van reststromen. Onder invloed van TransForum is de focus verschoven van techniek en hardware naar samenwerking en organisatie. En is eraan gewerkt om de orientatie van de ondernemers meer op hun directe maatschappelijke omgeving te richten. Dat bleek bij dit vernieuwende concept een kritische succesfactor te zijn.

In het project Gulden Ei wordt in overleg met de Dierenbescherming een diervriendelijk kippenhouderijsysteem genaamd Rondeel, ontwikkeld. Onder invloed van TransForum wordt tegelijkertijd gewerkt aan het ontwikkelen van de gehele afzetketen zodat de maatschappelijke waarde ook in de markt tot waarde kan worden gebracht.

donderdag 5 maart 2009

Duurzame landbouw vraagt om samenwerking, ook internationaal

TransForum werkt samen met de Landbouwuniversiteit van São Paulo. Professor Decio Zylbersztajn van deze universiteit is lid van onze internationale adviesraad. Minister-president Balkenende was deze week op bezoek bij deze universiteit.

In zijn toespraak zei hij: "Voedsel, energie en klimaat: dat zijn de drie grote lange-termijnopgaven van onze tijd. Het is mijn diepe overtuiging dat duurzaamheid op deze drie fronten geen keuze is, maar een dwingende eis. Een duurzame toekomst draait om twee kernbegrippen: samenhang en samenwerking. Samenhang, omdat voedsel, energie en klimaat in de huidige global village communicerende vaten zijn. En samenwerking, omdat de opgaven waar we voor staan zo groot zijn, dat geen land ze alleen aankan. Brazilië niet en Nederland ook niet".

Vandaar dat TransForum internationaal samenwerkt en in haar projecten werkt aan gedeelde waardeproposities.


Hieronder kunt u de complete toespraak van onze minister-president nalezen.

Persbericht Ministerie van Algemene Zaken
03-03-2009 Toespraak van minister-president Balkenende op de Landbouwuniversiteit van São Paulo over het belang van duurzame productie van biobrandstoffen

Dames en heren,
Ongeveer vijfentachtig kilometer hier vandaan ligt de bloemenstad Holambra, een Braziliaans succesverhaal met Nederlandse wortels. Het verhaal van Holambra begint kort na de Tweede Wereldoorlog, toen enkele honderden boeren uit het verwoeste Nederland de grote oversteek waagden om hier een nieuw bestaan op te bouwen. Weg van het vertrouwde, een onzekere toekomst tegemoet, met weinig andere bagage dan de droom van een mooie toekomst. Maar in Holambra kwamen zij bepaald niet in een gespreid bedje terecht. Het begon allemaal met slechts één, nog nauwelijks ontgonnen fazenda. Er waren financiële en organisatorische problemen. De taalbarrière was enorm. De huisvesting liet veel te wensen over. Het meegebrachte Nederlandse stamboekvee bezweek al snel aan tropische ziektes. En door de onbekendheid met het land, de grond en het klimaat duurde het jaren om een succesvolle omslag te maken naar andere vormen van landbouw. Maar samen met de groeiende Braziliaanse gemeenschap in en rond Holambra zijn de Nederlanders van het eerste uur daar wel in geslaagd. En hoe! Nu, een halve eeuw later, is Holambra een begrip. De kleine Nederlandse nederzetting van toen is uitgegroeid tot een welvarende landbouwgemeenschap en het grootste centrum van bloemen en planten in Latijns-Amerika. De jaarlijkse Expoflora trekt keer op keer honderdduizenden bezoekers. Bovendien is Holambra ook dé plek in Brazilië waar bezoekers kennis kunnen maken met de Nederlandse gewoontes en cultuur. Kortom: een state of the art centrum van hoogwaardige landbouw én een toeristische trekpleister van formaat met een oranje-geel tintje. Allemaal dankzij het harde werken van een kleine groep Nederlandse pioniers en hun Braziliaanse partners. Het is een verhaal om trots op te zijn en dat ben ik ook.

Maar ik vertel het u vooral omdat de geschiedenis van Holambra bewijst dat openstaan voor nieuwe mogelijkheden, doorzettingsvermogen en een geest van samenwerking het schijnbaar onmogelijke mogelijk kunnen maken. Dat is een inspirerend voorbeeld. Voor u als toekomstige leiders in de Braziliaanse landbouwsector, maar ook voor mij en mijn internationale collega's. Kijkend naar de komende decennia staan ook wij immers voor de opdracht het schijnbaar onmogelijke mogelijk maken. Maar dan in het groot. Ik geef u drie feiten:
* Ten eerste: 800 miljoen mensen op de wereld hebben nu al honger en de wereldbevolking groeit volgens schattingen van de VN naar 9 à 10 miljard mensen in 2050. Dat zijn nog eens minimaal 2 miljard monden extra om te voeden.
* Ten tweede: de komende 25 jaar stijgt de wereldwijde vraag naar energie met 50 procent, terwijl de voorraad fossiele brandstoffen opraakt.
* En ten derde: de klimaatverandering dwingt ons om de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen drastisch te beperken.

Voedsel, energie en klimaat: dat zijn de drie grote lange-termijnopgaven van onze tijd. Het is mijn diepe overtuiging dat duurzaamheid op deze drie fronten geen keuze is, maar een dwingende eis. Laten we dat in de huidige moeilijke economische omstandigheden niet uit het oog verliezen. Het gaat bij deze thema's niet om de komende twee, vijf of tien jaar. Nee, de keuzes die wij nu maken, zijn bepalend voor de kwaliteit van leven van de generaties na ons. Die verantwoordelijkheid mogen we niet uit de weg gaan. Ik hoef in dit gezelschap waarschijnlijk nauwelijks uit te leggen dat een duurzame toekomst draait om twee kernbegrippen: samenhang en samenwerking. Samenhang, omdat voedsel, energie en klimaat in de huidige global village communicerende vaten zijn. En samenwerking, omdat de opgaven waar we voor staan zo groot zijn, dat geen land ze alleen aankan. Brazilië niet en Nederland ook niet. Tegelijkertijd is voor onze beide landen wel een voortrekkersrol weggelegd in het internationale debat over duurzaamheid en doen we er goed aan om bilateraal nog intensiever samen te werken op dit terrein. Daarover wil ik vanmiddag een paar gedachten met u delen. Allereerst Brazilië. De wereld kijkt met bewondering naar u en soms ook met ingehouden adem. Want als er één land is waarin de samenhang tussen de grote duurzaamheidsthema's concreet en actueel is, dan wel hier. Brazilië is de eerste en tot nog toe enige biobrandstof-superpower in de wereld. Vijfenzeventig procent van de wereldhandel is in Braziliaanse handen. Een groot deel van de export vindt zijn weg naar het buitenland overigens via de haven van Rotterdam; de grootste aanvoerhaven voor biobrandstoffen in Europa. Maar de grootste gebruiker bent u zelf, want driekwart van de totale productie blijft in Brazilië. Ik begrijp dat de meeste auto's hier beschikken over een flexifuel motor en dat intussen veertig procent van alle autokilometers wordt afgelegd op bio-ethanol. Dat zijn indrukwekkende cijfers. In Europa is het wagenpark bijvoorbeeld nog bijna volledig carbon based. Ook indrukwekkend zijn de cijfers over het landbouwareaal dat in gebruik is voor de productie van suikerriet voor bio-ethanol. Nu al is dat ongeveer 7,5 miljoen hectare en dat getal loopt snel op. Die groei zien we ook bij teelten als soja, een gewas dat in opkomst is als grondstof voor biobrandstoffen en dat gedijt in het klimaat van het Amazonegebied. En daar zit meteen een belangrijke reden waarom de wereld soms met ingehouden adem naar Brazilië kijkt. Want uw land herbergt zonder twijfel de grootste natuurlijke schat van de wereld: het tropisch regenwoud, de longen van de wereld. De vraag die velen zich stellen, is: wat betekent die razendsnelle ontwikkeling van de Braziliaanse landbouw voor de toekomst van het Amazonegebied? Alle deskundigen zijn het erover eens dat het behoud van biodiversiteit en het tegengaan van ontbossing in het Amazonegebied cruciaal is voor een gezonde CO2-balans op onze planeet. Die zorg en die speciale verantwoordelijkheid delen de Braziliaanse regering en de Brazilianen met de rest van de wereld. Brazilië verdient een compliment voor de plannen die recent zijn ontwikkeld om de ontbossing met kracht tegen te gaan. En het is ook goed dat een groot aantal betrokken partijen uit verschillende landen de krachten bundelt in de International Round Table on Responsible Soy. Een initiatief dat de Nederlandse regering graag ondersteunt. En dan Nederland. In oppervlakte gemeten is mijn land tweehonderd keer kleiner dan het uwe. Een kleine stip op de wereldkaart. Maar vergis u niet, want Nederland is na de Verenigde Staten de grootste landbouwexporteur ter wereld. Hoe we dat doen? Door als klein land grootse prestaties te leveren. Een gemiddelde Nederlandse koe produceert per jaar bijvoorbeeld zo'n achtduizend liter melk. En in een moderne Nederlandse tuinbouwkas is een opbrengst van tachtig kilo tomaten per vierkante meter niet ongewoon. Dat zijn spectaculaire cijfers, die we te danken hebben aan een combinatie van hoogwaardige kennis en een lange traditie van agrarisch ondernemerschap. Kennis en ervaring die we graag delen met anderen. De samenwerking tussen de universiteit van São Paulo en Wageningen University Research Centre is daarvan het levende bewijs. São Paulo en Wageningen samen is alsof Pele en Johan Cruijff in één elftal spelen. De wereldtop in biobrandstoffen gecombineerd met de wereldtop in agrarische technologie en soortveredeling - dat moet wel een kampioenschap opleveren!

Die goede contacten zijn er uiteraard ook op regeringsniveau. Vorig jaar, tijdens een bezoek van president Lula aan Den Haag, tekenden de Braziliaanse en Nederlandse regering een overeenkomst om samen te werken in de ontwikkeling van duurzame productie- en transportketens voor biobrandstoffen. Die overeenkomst sluit nauw aan bij de ambities van Nederland en de Europese Unie om in 2020 een veel schonere economie te hebben. Een van de afspraken is dat de Europese transportsector in dat jaar minimaal tien procent hernieuwbare energie moet gebruiken. Een doelstelling die zonder de biobrandstoffen onhaalbaar is. Een punt van discussie met Brazilië is dat de landen in de Europese Unie er absoluut zeker van willen zijn dat die brandstoffen ook écht duurzaam zijn geproduceerd. Dus zonder negatieve bijeffecten op mens en natuur. Biobrandstoffen die bijvoorbeeld ten koste gaan van de biodiversiteit of de lokale voedselsituatie voldoen niet aan die voorwaarde. Zoals ik al zei: de grote problemen van deze tijd hangen nauw met elkaar samen. We moeten dus niet het ene probleem oplossen door het andere grotere maken. Dat is het paard achter de wagen spannen en vandaar dat we voor de import van biobrandstoffen werken met duurzaamheidscriteria. Natuurlijk is dit in zekere zin een complicerende factor voor producenten en exporteurs. Maar nu doen wat goed is voor later is naar mijn vaste overtuiging ook een daad van verstandig economisch beleid. In de duurzaamheidscriteria schuilt namelijk niet alleen een gezamenlijke verantwoordelijkheid, maar ook een gezamenlijk economisch belang. Consumenten stellen steeds hogere eisen aan de duurzaamheid van de producten die zij kopen. Die trend zet door. Dat betekent dat een succesvolle economie ook steeds vaker een duurzame economie is. Het loont om daarin te investeren, juist nu. Landen die dat doen, komen straks, als de huidige economische crisis voorbij is, het snelst uit de startblokken. Laten we onszelf die voorsprong gunnen.

Dames en heren, Ik begon mijn verhaal met de toekomstdroom van de pioniers in Holambra. Onze droom moet zijn to harvest a sustainable future in de driehoek voedsel, energie en klimaat. Later dit jaar, op de VN klimaattop in Kopenhagen, vernieuwt de wereld de afspraken uit Kyoto. Naar mijn overtuiging zijn Brazilië en Nederland het aan hun stand verplicht om daar hun voortrekkersrol waar te maken. Want hoe verschillend onze landen ook zijn in omvang en cultuur, wat ons bindt is de kennis, kunde en ambitie om het verschil te maken. Stelt u zich eens voor, in 2050. Brazilië loopt dan nog steeds voorop in de ontwikkeling van biobrandstoffen. Suikerriet en soja zijn als grondstof al in 2020 voorbij gestreefd door biomassa uit organisch afval. Nu komt de derde generatie in beeld: biobrandstoffen uit algen en zeewier. Aan de andere kant van de oceaan ligt Europa, de grootste groene economie ter wereld en een van de belangrijkste afnemers van de Braziliaanse biobrandstoffen. De landbouwgrond die in de tussentijd is vrijgekomen, wordt intensief benut voor voedselproductie en op de wereldranglijst van landbouwexporteurs is Brazilië Nederland voorbijgestreefd. En natuurlijk runnen de landbouwuniversiteiten van Wageningen en São Paulo samen een virtuele universiteit die studenten uit de hele wereld trekt. Is dit scenario ondenkbaar? Niet minder dan de ontwikkeling en grootschalige toepassing van bio-ethanol in 1950. 'We need men who can dream of things that never were', zei John F. Kennedy ooit. Ik hoop dat u die mannen en vrouwen zult zijn, die de komende decennia durven dromen van things that never where. Alleen dan maken we het schijnbaar onmogelijke mogelijk.

Dank u wel.

donderdag 26 februari 2009

Innoveren uit de crisis?

Onder de titel "Innoveren uit de crisis?" had het Innovatieplatform een groep mensen bijeen gebracht om met elkaar te bezien of dat wel kan, innoveren om uit de crisis te komen. Na een eerste spraakverwarring bleken we daar toch redelijk eensluidend over te denken, namelijk: Ja, het kan!
Daarbij gelden wel een paar scherpe voorwaarden. Zo werd duidelijk dat vrijwel iedereen de “business case” voorop zet. Innovatie gaat dus niet over het stimuleren van kennisontwikkeling, maar over het realiseren van nieuwe business, waarbij in veel gevallen ook nieuwe kennis ontwikkeld zal moeten worden. De tweede voorwaarde is dat we niet moeten werken met lijstjes projecten en daar de beperkte middelen via stemming over verdelen. Of, zoals iemand het gevat stelde: “Business cases en democratie gaan niet zo goed samen”.

DUURZAME DELTA LANDBOUW IJZERSTERK
In plaats daarvan moet de BV Nederland werken aan een eigen “branding” en daarmee zowel in eigen land als daar buiten duidelijk maken waar wij sterk in zijn. Als ijzersterke kandidaat kwam het label “Duurzame Delta” op tafel en kreeg breed bijval. Niet als een vaag containerbegrip, maar als een duidelijke paraplu waaronder een aantal sterke punten van de Nederlandse economie samengebracht kunnen worden.
Voor TransForum zijn deze twee voorwaarden al vanaf het begin van het programma leidend. De ondertitel van ons eigen businessplan luidt dan ook niet voor niets: “Duurzaam ondernemen met kennis”. En precies daarom staan in ons programma praktijkprojecten centraal, omdat daarin nieuwe business cases worden ontwikkeld. Ook hebben wij het label Duurzame Delta Landbouw niet voor niets over al onze projecten heen gelegd. Ook hier geldt dat de combinatie van sterke punten binnen de Nederlandse agrosector maakt dat wij als beste in de wereld kunnen omgaan met agrarische productie in een dichtbevolkte delta. En daar kunnen we trots op zijn. Juist die trots maakt het mogelijk om in deze crisis kansen te zien en ze te benutten. Dus: ophouden met kruimelwerk en ongespecificeerde kennisprojecten. Laten we onze toekomst veilig stellen door samen te werken aan onze gemeenschappelijke drive: overleven in de delta.

donderdag 19 februari 2009

Duurzaam boeren: een kwestie van "EN EN"

De Volkskrant maakte begin februari melding van een onderzoek met opmerkelijke resultaten, onder de kop "Duurzame boer doet aan intensieve landbouw". Onderzoekers van onder meer Wageningen Universiteit hebben gevonden dat na doorberekening van alle milieukosten intensieve landbouw beter voor het milieu is dan extensieve landbouw, bij een gelijke productie.

De onderzoekers bekeken zowel akkerbouw als veeteelt. De studie werd gedaan in Engeland.
Het onderzoeksteam gaf zelf aan verrast te zijn door de uitkomsten. Voorstanders van extensivering zijn juist voor deze vorm van landbouw omdat het milieuvoordelen zou opleveren.

Op zich willen we het hier niet hebben over de resultaten van dit het onderzoek. De manier waarop de Volkskrant in dit artikel de resultaten ervan presenteert, lijkt de beoordeling van of iets duurzame landbouw is, te beperken tot alleen milieuvoordelen.
TransForum bekijkt duurzame ontwikkeling van de landbouw graag vanuit een breder perspectief. De 3P's hebben niet voor niets alleen betrekking op de P van Planet maar ook op de P van Profit en de P van People.
Zo kunnen bepaalde vormen van extensieve landbouw op de P van People misschien weer beter scoren. Sommige biologische producten zijn smaakvoller wat door een deel van de consumenten gewaardeerd wordt en daarmee bijdraagt aan hun welzijn. Of: biologische koeien die buiten grazen, dragen bij aan een mooi landschap. Dat is dan weer prettig als je in je vrije tijd geniet van de omgeving.

Bovendien is behoefte aan een variëteit aan kwaliteiten die voortgebracht worden door een even zo grote variëteit aan vormen van productie. In die situatie helpt het niet om een discussie van tegenstelling aan te zwengelen over welk product of productiewijze “het beste” is. Er is veel meer behoefte aan een ontwikkelperspectief waarin die verscheidenheid een plaats krijgt en juist in de verbinding winst wordt gevonden.

Daarmee is duurzaam boeren in de zienswijze van TransForum niet een kwestie van OF OF (in dit voorbeeld of intensieve landbouw of extensieve landbouw) maar van EN EN.



zaterdag 14 februari 2009

Duurzaamheidsmonitor 2009

De verzamelde Nederlandse planbureaus hebben afgelopen week de "Monitor Duurzaam Nederland 2009" gepresenteerd. In het bijbehorende persbericht is ook aandacht voor de relatie tussen landbouw en duurzaamheid:

"Ter wille van de mondiale duurzaamheid is een verhoging van de landbouwproductiviteit nodig. Dit is gunstig voor het armoede- en voedselvraagstuk en voor de biodiversiteit. Technologie alleen zal echter onvoldoende zijn om het verlies aan biodiversiteit te stoppen. Ook een verminderde vleesconsumptie kan daaraan bijdragen. De trend is juist omgekeerd: vooral in de zich ontwikkelende landen wordt steeds meer vlees gegeten".

De constatering van de planbureaus over productiviteitsverhoging sluit goed aan bij de visie van TransForum op Duurzame Delta Landbouw, in het Engels ook wel Metropolitan Agriculture genoemd.
Nu de wereld in toenemende mate urbaniseert, neemt niet alleen het volume van de voedselvraag toe, maar veranderen ook de eisen die worden gesteld aan de producten en de productiewijze. Dat vraagt om een alerte reactie vanuit de landbouwsector zelf: er is behoefte aan een variëteit aan kwaliteiten die voortgebracht worden door een even zo grote variëteit aan vormen van productie. In die situatie helpt het niet om een gepolariseerde discussie te voeren over welk product of productiewijze “het beste” is. Er is veel meer behoefte aan een ontwikkelperspectief waarin die verscheidenheid een plaats krijgt en juist in de verbinding winst wordt gevonden. Dat kan alleen maar als we verder willen kijken dan technische aanpassingen.
De echte moeilijke veranderingen zitten tussen onze oren. Als het ons niet lukt om in te zien dat we alleen door samenwerking een meer duurzaam perspectief kunnen realiseren, dan ziet het er somber uit. Zijn we, daarentegen, bereid om ons samen sterk te maken voor een visie als Duurzame Delta Landbouw, dan gaan we bouwen aan onze toekomst. Niet door hem eerst vanuit een ideologie te definiëren en vervolgens planmatig te realiseren, maar door met elkaar stapsgewijs verbeteringen waar te maken die uitnodigen om het vervolgens nog een stapje beter te doen.

Eerlijk gezegd lijkt me dat een aantrekkelijker perspectief dan een gevecht te beginnen tegen een wetmatigheid, namelijk dat meer inkomen leidt tot meer vleesconsumptie. Dat is een fact-of-life waar we gewoon rekening mee zullen moeten houden.