woensdag 17 maart 2010

VERBOD OP SCHAALVERGROTING ONVERSTANDIG

Al decennialang is er sprake van een geleidelijke schaalvergroting in de veehouderij. De laatste jaren zien we echter steeds meer initiatieven om te komen tot een echte schaalsprong. Een megabedrijf met tienduizenden varkens en een miljoen of meer kippen, al dan niet in combinatie met het telen van tomaten of komkommers, de productie van biogas en de verwerking van afvalstromen uit de voedingsindustrie, zoals aardappelschillen, bierbostel en producten over de datum. Een gemengd bedrijf op grote schaal, waardoor niet alleen de kosten worden verlaagd, maar ook de milieu-effecten verminderen omdat biologische kringlopen worden gesloten.

De plannen voor een schaalsprong in de veehouderij roepen nogal wat verzet op. Sommige provincies zoals Groningen hebben al laten weten dat ‘megabedrijven’ niet welkom zijn. Andere provincies (Gelderland, Overijssel) scherpen de regels aan en in de provincie met de hoogste veedichtheid Noord-Brabant buigen Provinciale Staten zich binnenkort over het burgerinitiatief ‘Megastallen Nee’, een naam die aan duidelijkheid niets te wensen overlaat. De Zuidelijke Land- en Tuinbouw Organisatie (ZLTO) heeft onlangs laten weten evenmin iets te voelen voor megabedrijven en pleit voor ‘eigenschaligheid’.

Ondanks de bezwaren is de een doorgaande ontwikkeling van de landbouw noodzakelijk vanwege de groei van vooral de stedelijke bevolking. Metropolen kunnen voor hooguit vijf procent in hun eigen voedsel voorzien. De rest moet van elders komen; liefst niet te ver weg vanwege de transportkosten en het risico van bederf. Volgens de FAO zal bovendien de mondiale vleesproductie de komende decennia ruimschoots verdubbelen om aan de stijgende vraag te kunnen voldoen. Als we nog iets van natuur en landschap willen overhouden én in de toekomst negen miljard mensen van voedsel willen voorzien, is intensivering onvermijdelijk. Met zijn agronomische en technische kennis kan Nederland een voortrekkersrol spelen in de ontwikkeling van nieuwe vormen van intensieve veehouderij, zoals ons land ook wereldwijd voorop loopt in de glastuinbouw.

De bezwaren tegen megabedrijven snijden niet allemaal even veel hout. Zo beweren de tegenstanders, geholpen door de Q-koorts, dat het risico van overdracht van ziekten van dier op mens groter wordt door schaalvergroting, omdat dieren eerder ziek worden is als ze met heel velen dicht op elkaar zitten. Dat is nog maar de vraag. Om te beginnen zitten de dieren niet dichter op elkaar; alleen het aantal afdelingen is groter, al dan niet boven op elkaar. Daarnaast hebben grote bedrijven meer mogelijkheden om te investeren in luchtwassers en andere voorzieningen om te voorkomen dat ziektekiemen de stal verlaten.

Het meest gehoorde bezwaar tegen verdere opschaling van de veehouderij is de aantasting van het dierenwelzijn. Dat argument heeft echter weinig te maken met schaalvergroting als zodanig. Het is heel goed mogelijk om comfortabele verblijven te bouwen – zelfs met uitloop op het balkon – in gebouwen van vijf en meer verdiepingen. Voor mensen doen we niet anders. Het argument van dierenwelzijn heeft waarschijnlijk meer te maken met het feit dat veel Nederlanders zich wat ongemakkelijk te voelen bij een grootschalige en sterk geïndustrialiseerde vorm van dierhouderij. Niet vanuit een romantisch verlangen naar de landbouw uit de tijd van Ot en Sien toen kippen op de mestvaalt struinden en varkens in de modder rolden. Maar veeleer omdat we niet meer zo goed weten hoe we onze houding tegenover productiedieren moeten bepalen.

In de tijd van Ot en Sien was het simpel. Bij feestelijke gelegenheden werd een kip de nek omgedraaid en in november werd het varken geslacht op het plaatsje achter het huis. Voor iedereen, van klein tot groot, was het duidelijk dat je een dier moet doden als je vlees wilt eten. In onze tijd is dat besef verdrongen; mentaal hebben we de koe in de wei en de biefstuk op het bord, ontkoppeld. Aan de ene kant vinden we dat productiedieren als varkens, kippen en koeien geen potloden zijn. Ze hebben – zo zegt ook de wet – een intrinsieke waarde die uitstijgt boven de gebruikswaarde. Aan de andere kant zien we vlees bij voorkeur als een product, dat we tamelijk gedachteloos samen met de rijst, de deodorant en het toiletpapier in het winkelwagentje leggen.

De enige manier om daarmee om te gaan is om onder ogen te zien dat je dieren moet doden en slachten als je vlees wil eten. De sector kan daarbij behulpzaam zijn door in alle eerlijkheid te laten zien (via skybox en webcam) hoe de dieren worden gehouden én hoe ze worden gedood en geslacht. Merknamen, al dan niet gesteund door een keurmerk, moeten het de burger als consument gemakkelijker maken om zijn waarde-oordeel ook in supermarkt en slagerij te laten gelden. Als het maar duidelijk is dat je als burger (mede-)verantwoordelijkheid bent voor het houden, doden en slachten van dieren. Die verantwoordelijkheid kun je niet afschuiven op de veehouder, de supermarkt of de overheid.

Een bezwaar tegen schaalvergroting dat wij delen, is de invloed ervan op de omgeving. De omvang met soms drie tot zes hectaren bebouwd oppervlak is moeilijk in te passen in de kleinschalige landschappen van bijvoorbeeld Oost-Nederland. Het is te makkelijk om dat af te doen als het NIMBY-syndroom (‘not in my backyard’). Voor de bewoners van het platteland en de kleine kernen is het landschap geen decor voor recreatieve activiteiten, maar een thuis en daarmee een deel van hun identiteit. Het raakt hen diep als ze hun vertrouwde landschap zien veranderen in een steriele verzameling blokkendozen, die gedeeltelijk aan het zicht wordt onttrokken door wat ‘schaamgroen’.

Daarom pleiten wij voor nieuwe vormen van geïntegreerde landbouw waarbij planten en dieren samen voor een kringloop kunnen zorgen. Als dat kleinschalig kan, dan is plaatsing in het bestaande agrarische gebied te overwegen. Als dat vanwege eisen aan omvang en efficiëntie meer grootschalig moet worden opgezet, vestig deze nieuwe bedrijven dan op speciaal ingerichte agrarische bedrijventerreinen of op de Tweede Maasvlakte. Ruim tien jaar geleden heeft de toenmalige Nationale Raad voor het Landbouwkundig Onderzoek dat idee al eens gelanceerd, maar door daar het label ‘varkensflat’ aan te koppelen, zijn nog steeds niet van de grond gekomen. De discussie over megastallen en het verzet dat ze oproepen, lijkt ons een goede aanleiding om het concept nieuw leven in te blazen. Het zou buitengewoon onverstandig zijn om door een verbod op megastallen de volgens ons noodzakelijke verdere ontwikkeling en integratie van de veehouderij met oneigenlijke argumenten af te wijzen.

Herman de Boon

Henk van Latesteijn

Joost van Kasteren

maandag 5 oktober 2009

Doorbraak agroparken in Gelderland

Gedeputeerde Staten van Gelderland heeft een plan gelanceerd om 10 tot 12 grote veehouderijen te vestigen op ‘agro-industrieterreinen’. Daarmee loopt Gelderland voorop in Nederland en levert zij een belangrijke bijdrage aan verduurzaming van de Nederlandse voedselproductie en behoud van het Gelderse landschap.

FORSE DUURZAAMHEIDSWINST DOOR COMBINATIES VAN BEDRIJVEN
Door de eis te stellen dat alleen combinaties van agrobedrijven toegestaan zijn op dit soort terreinen, bevordert zij de duurzaamheid omdat bedrijven energie, afval en voedselstromen van elkaar kunnen gaan gebruiken. Daardoor kunnen nieuwe, duurzame kringlopen ontstaan die een forse milieuwinst opleveren. Het is belangrijk dat daarbij niet alleen gekeken wordt naar verbindingen binnen de agro-ector, maar ook verbindingen gelegd worden tussen de agro- en niet- agrosector.
Het TransForumproject ‘Biopark Gent-Terneuzen’ heeft bijvoorbeeld aangetoond hoe samenwerking tussen glastuinders, een kunstmestproducent en een biomassavergister belangrijke voordelen voor de bedrijven en het milieu kan opleveren.
Het ontwerp van het ‘Nieuw Gemengd Bedrijf’ in Horst laat zien hoe ditzelfde kan door combinatie van pluimveehouderij, varkenshouderij, biomassavergisting en de productie van champignoncompost.

VOORKOM 'WILDE VESTIGING' VAN GROTE AGROBEDRIJVEN
Om de realisatie van de agro-industrieterreinen ook van meerwaarde voor het Gelderse landschap te laten zijn, is het belangrijk dat GS tegelijkertijd de ‘wilde vestiging’ van grote agrobedrijven in de groene ruimte aan banden legt en actief aan de slag gaat met de verplaatsing van schaalvergrotende en intensiverende bedrijven en stimuleert dat zij met andere bedrijven gaan clusteren op de nieuwe agro-industrieterreinen. Kortom, een actieve rol voor de provincie in de omvorming van de agrosector.
Dat de provincie Gelderland hiertoe in staat is laat zij zien in het project ‘Greenport Betuwse Bloem’, waarin zij actief participeert om de aanwezige tuinbouwclusters meerwaarde te geven voor de thema’s energie, landschap en logistiek. Wat in dat project opvalt is de grote bestuurlijke collegialiteit waarin het provinciebestuur samenwerkt: de ontwikkelingsmaatschappij Oost NV, die onder de economische ‘koker’ valt, werkt in het landelijk gebied (weer een andere koker) aan milieu en regionale ontwikkeling (nog meer andere kokers). Waar in sommige andere provincies de provinciale verkokering een van de belangrijkste belemmeringen voor regionale ontwikkelingsprocessen blijkt, is dat in Gelderland niet het geval.

Hulde dus voor het in gang zetten van dit beleid, dat perfect past in de TransForum visie ‘Metropolitane Landbouw’ Bekijk dit filmpje daarover op You Tube:




Rik Eweg,
Projectregisseur TransForum

dinsdag 29 september 2009

Nieuw Project Mainport-Greenport stevig van start


Op 18 september startte het TransForum-project Mainport-Greenport met een leerzame excursie door de haven van Rotterdam en de Westland-Oostland Greenport. Doel van het project is de ontwikkeling van een langetermijnvisie voor het gebied. Dit door te zoeken naar agro-gerelateerde duurzaamheidsslagen. Het Xplorelab (het innnovatieplatform van de Provincie Zuid-Holland) is trekker van het project en heeft een dertigtal genodigden uit overheid, bedrijfsleven, maatschappij en kennispartijen meegenomen op deze zoektocht naar de agrobasis van het Mainport-Greenport-Complex. Ik had op die dag als projectleider de rol van gastheer.

GROEIENDE ROL BIOBASED
's Ochtend bezochten we per boot de Rotterdamse haven. Hier zagen we de groeiende rol van ‘biobased’ in industriële processen: steeds meer proces-industrie gaat, geheel of gedeeltelijk op plantaardige bronnen (zoals palmzaad en biomassa) over. De verschillende partners ,zoals het Havenbedrijf Rotterdam, Milieufederatie en de TUDelft, hielden op de boot presentaties en er werden pittige discussies gevoerd over de relatie tussen de bio-based transitie en de mondiale voedselvraag.

NOG WEINIG ONDERLINGE KENNISUITWISSELING
In de middag bezochten we in de Greenport Westland-Oostland de gesloten kas van Prominent, Flora Holland en het Improvement Centre in Bleiswijk. In de avond is het geheel afgesloten met een bezoek aan het Rotterdams Oogstfestival.
Het viel de deelnemers op dat in beide economische clusters (Mainport én Greenport) innovatie en duurzaamheid belangrijke onderwerpen zijn, maar dat hierover nog weinig onderlinge kennisuitwisseling plaatsvindt. Er valt veel te winnen door (rest)stromen, energie en informatie uit beide clusters beter uit te wisselen en aan elkaar te koppelen.

KANSEN TE OVER
Interessant bestaand voorbeeld is het Fresh-corridor-project, waar producten uit de Greenport, door containerisatie vervolgens in de mainport verder wordt verwerkt. En natuurlijk de levering van CO2.vanuit de haven richting de Greenport. Dit laatste kan nog op veel punten verbeteren, zowel op leveringszekerheid, als capaciteit. Nu wordt slecht een klein percentage van de totale Mainport-productie gebruikt voor levering aan de Greenport, en is slechts een minderheid van de tuinders aangesloten. In termen van CO2 emmissie-reductiedoelen liggen daar kansen, ook in combinatie met tijdelijke ondergrondse opslag. Maar je kunt ook denken aan mineralenstromen de andere kant op, dus vanuit het gesloten watersysteem van de glastuinbouw, richting het productieprocessen in de Mainport van bijvoorbeeld PVC of chloor. De schaal en omvang van het Mainport-comlex heeft velen verbaasd. Dit geeft kansen, voor bijvoorbeeld mogelijke vestiging van de eveneens steeds industriëler en grootschaliger wordende glastuinbouw. Bij de bezochte tuinders was hiervoor zeker animo.

RELEVANT IN METROPOLITANE LANDBOUW VISIE
Conclusie van de dag was dat een toekomstige samenkomen van de Mainport en de Greenport, een relevant ontwikkeling zal zijn binnen het palet van de TransForum-visie op duurzame landbouw: ‘Metropolitan Agriculture’. Aan de andere kant van het spectrum in dit palet staan de steekproducten en stadslandbouw, zoals een kleine delegatie van de totale groep dat ’s avonds en de volgende dag heeft kunnen zien en proeven op het Rotterdamse Oogstfestival. Juist over deze kant van het spectrum zal binnenkort een complementair Xplorelab /TransForum project starten, Green and the City. Ook hiervoor staat een boeiende excursie door het aanpalende groene gebied, Hof van Delfland, op het programma Al met al een geslaagde start van het project, en dit smaakt zeker naar meer.

Marco van Steekelenburg
Projectleider Mainport-Greenport

dinsdag 15 september 2009

Omarm de Zilte Toekomst

In het kader van de Dag van de Duurzaamheid op 09.09.09 is dit filmpje gemaakt waarin Marc van Rijsselberghe uitlegt waarom hij het in het kader van een duurzame landbouw zo belangrijk vindt dat er zilte gewassen beschikbaar komen.

TransForum ondersteunt deze koploper via twee projecten: Zilte Landbouw en Zilte Proeftuin.




De Zilte Proeftuin is letterlijk en figuurlijk een proeftuin. Op duurzame, innovatieve wijze wordt geëxperimenteerd met de teelt van zilte gewassen en de afzet en informatie aan een breed publiek van particulieren en bedrijven. TransForum helpt de proeftuin verbinden met een breed netwerk in de agrosector, waardoor er meer interesse, publiciteit en excursies zullen komen. Het zien en proeven van de producten, gecombineerd met de informatie van een tentoonstelling, maakt de verbanden tussen (zilt) water, productie, voedsel en landschap zichtbaar, voelbaar, proefbaar en genietbaar.

Met behulp van de Duurzaam rendement methode wordt de meerwaarde van duurzame ingrepen zoals in dit geval zilte landbouw, geëvalueerd en inzicht verkregen in de mogelijkheden om deze ingrepen financierbaar en rendabel te maken. Niet alleen de zilte landbouwproducten zelf maar ook de combinaties van bedrijf en omgeving worden geanalyseerd. Daarbij wordt gekeken naar de mogelijkheden en voorwaarden in het gebied en in de productieketen voor een rendabele productie.

maandag 14 september 2009

Koeien verwarmen woonwijk

Vlakbij Leeuwarden wordt woonwijk 'De Zuidlanden' verwarmd en van groene stroom voorzien d.m.v. biogas uit koeiemest.

Kijk voor meer informatie op:

http://www.new-energy.tv/proef_tv_sponsors/essent_warmte_koeien_verwarmen_woonwijk/essent_warmte_koeien_verwarmen_woonwijk.html

dinsdag 2 juni 2009

Tips voor Zorgboeren


Maak tijd vrij voor scholing en training. Dat was het belangrijkste advies dat zorgboeren kregen tijdens de workshop die TransForum organiseerde op de Dag van de Zorglandbouw op 21 april. Het advies was er een in een lange rij van kansen, belemmeringen en oplossingstrategieën die werden genoemd tijdens de drukbezochte workshop.

VAN BOER NAAR ONDERNEMER
Een zorgboer is in feite een ondernemer met een ‘nieuw’ product, waarvoor nieuwe kennis en competenties nodig zijn. Hij of zij zal de traditionele focus op (zorg)landbouw moeten verleggen naar innovatie van het bedrijf, en het onderhouden van het netwerk.

Ondernemen in de zorglandbouw betekent ook: onderhandelen met grote partners als zorginstellingen en overheden. Dat is te leren. Dat geldt ook voor voorlichting en productmarketing, en het verbeteren van het aanbod.
Suggesties op dat vlak waren:

  1. Maak een keuze voor een duidelijk profiel. Specialiseer bijvoorbeeld op autisme of kies meerdere doelgroepen.

  2. Sluit zoveel mogelijk aan bij de doelstellingen en vragen in de zorg. Dit vereist dat je je verdiept in de vraag. Dan kun je bijvoorbeeld een aanvullend aanbod voor jeugdzorg ontwikkelen, je richten op arbeidsmarkt-toeleidingsbeleid, of crisisopvang aanbieden

  3. Speel in op trends als de toenemende behoefte aan zorg, interesse voor de natuur, het ervaren van de seizoensritmes, kleinschaligheid of persoonlijke aandacht.

  4. Bij ondernemerschap hoort ook het in systematisch in kaart brengen van potentiële financieringsbronnen, zoals EU gelden voor plattelandsontwikkeling, participatiebudgetten en franchise formules.

  5. Om omwonenden, overheden en zorginstellingen te overtuigen, zal de zorgboer zijn maatschappelijke meerwaarde moeten aantonen. Dan wordt de houding "Please in my backyard" in plaats van "niet in mijn achtertuin" (ook wel aangeduid als het NIMBY fenomeen, not in my backyard).

NAAR EEN NIEUWE BEDRIJFSTAK
Zorglandbouw ontwikkelt zich tot een nieuwe bedrijfstak, die zich nog verder moet organiseren. Dat kan door samenwerking met andere vormen van zorg, bijvoorbeeld door naast dagbesteding ook behandeling aan te bieden, toeleidingstrajecten naar de arbeidsmarkt, of samenwerking met opleidingsinstituten. Onderlinge samenwerking is te realiseren door intervisie met collega’s, met meerdere zorgboeren één pakket aanbieden, een vakblad voor kennisuitwisseling, en een informatieloket voor startende zorgboeren. Financiële steun van de overheid is daarbij welkom. Tenslotte is er behoefte aan regie op de keten van client-zorginstelling-zorgboer door een ‘ketenregisseur’, dat kan een bemiddelende organisatie zijn, maar ook een regionaal cluster van zorgboeren of een zorginstelling.

WET VAN DE REMMENDE VOORSPRONG

De zorglandbouw is een nieuw fenomeen, waar de wetgeving niet op is toegesneden. Om een betrouwbare partner te zijn en ondernemers een basis voor hun investeringsplannen te geven, moet de overheid consistent zijn in regelgeving en continuïteit van zorgbudgetten. Maar de verantwoordelijkheden worden lokaal en landelijk nog te vaak heen en weer geschoven. Zorgkantoren zijn slecht bereikbaar en hanteren verschillende strategieën. Bestemmingsplannen en lange wijzigingsprocedures vormen grote belemmeringen, net als de regels over dierziektes die gevaar kunnen opleveren voor cliënten. Om de overheid te helpen, kunnen ondernemers zelf businessplannen ontwikkelen, waarin ook voorstellen voor aanpassingen in wetgeving worden gedaan.

De volledige resultaten van de TransForum workshop zijn te vinden op http://www.transforum.nl/content/view/247/71/lang,nl/

Tijdens de TransForum workshop werd het boekje “Please in my backyard’ gepresenteerd, waarin aan de hand van de “Integrated Care Community’ Parc Hoogveld te Sittard, de mogelijkheden voor realisatie van ‘Integrated Communities’ in het landelijk gebied worden besproken. Dit boekje is als pdf te downloaden op eerdergenoemde website.

Meer informatie over de zorglandbouwactiveiten van TransForum op http://www.transforum.nl/ of neem contact op met Rik Eweg, eweg@transforum.nl

donderdag 9 april 2009

Unliky Allies werken aan de 21st Century Agricultural Revolution

Van 18 tot 20 maart 2009 kwam een groep van ongeveer 270 geïnteresseerden bij elkaar in Lansdowne, Virginia om samen te werken aan een nieuwe aanpak van duurzame landbouw. Leden van het Sustainable Food Lab, het SAI-platform en The Keystone Center kwamen bijeen onder de titel "Growing a 21st Century Agricultural Revolution". In een aantal sessies verkenden de deelnemers hoe er effectief samengewerkt kan worden aan duurzame ontwikkeling in de landbouw.

TransForum was door de organisatie gevraagd om op twee manieren een bijdrage te leveren. We fungeerden als gastheer van een zogenoemde Topic Table waarin we de mogelijkheden van Metropolitan Agriculture hebben besproken met een aantal geïnteresseerden. En we hebben bijgedragen aan een strategie sessie met als titel "Unlikely Allies: Improving supply chains through partnerships among businesses, NGO's and the public sector".

WERKWIJZE TRANSFORUM GEBASEERD OP GEDACHTENGOED PETER SENGE
Samen met Peter Senge (zie foto), de auteur van management bestsellers als "The Fifth Discipline" en "The Necessary Revolution" werd er gesproken over de wijze waarop binnen TransForum wordt samengewerkt tussen kennisinstellingen, overheden, maatschappelijke groepen en bedrijven. Henk van Latesteijn (zie foto), directeur van TransForum, introduceerde die manier van werken aan de hand van het project Nieuw Gemengd Bedrijf en legde de zaal de vraag voor hoe je vanaf het begin van een dergelijk project niet alleen de keten, maar ook het relevante netwerk op een goede manier kan inschakelen. Dat leverde een levendige discussie op, waarin vooral veel hands-on ervaring werd uitgewisseld.

Het contact met Peter Senge is ontstaan doordat steeds duidelijker wordt dat de manier waarop TransForum aan het realiseren van een meer duurzame landbouw werkt, grote overeenkomsten vertoont met de wijze waarop Senge beschrijft hoe veranderingen tot stand gebracht kunnen worden.



In zijn optiek moeten er bij veranderingen ten minste drie hoekpunten van een driehoek goed worden ingevuld (zie het plaatje hierboven) te weten: 1. de guiding ideas: de visie, 2. de tools & methods: de aanpak en 3. de innovation infra structure.
En dat is precies wat er in het innovatieprogramma TransForum gebeurt:
  1. Met de ontwikkeling van het concept Metropolitan Agriculture (en de Nederlandse vertaling ervan: Duurzame Delta Landbouw) wordt getracht een samenbindend guiding idea - een visie - te realiseren.
  2. Door te laten zien dat we in nieuwe samenwerkingsverbanden in staat zijn concepten te ontwikkelen tot werkende bedrijfsmodellen die meer rendement opleveren en tegelijkertijd de impact op het milieu verlagen en aspecten als dierenwelzijn en arbeidsomstandigheden verbeteren. Dat doen we door met elkaar een nieuwe manier van samenwerken te ontwikkelen - gedeelde waardeontwikkeling- waarmee overdraagbare tools & methoden zijn beschreven: dat is de aanpak.
  3. En door dat in een groot aantal niche experimenten uit te voeren realiseren we een innovatie infra structuur die tot een optimaal resultaat leidt.

De samenwerking met Senge c.s. zullen we daarom voortzetten. We houden u op de hoogte...!